Liefdesontmoeting met het handelen van God

te Lethbridge, Alberta,

door zijn instrument, de Dochter van het Ja aan Jezus

 

5 april 2005
 

De Dochter van het Ja aan Jezus in de Heilige Geest: Mijn naam is Francine Bériault en Nicole Sicotte vertaalt in het Engels.  Sinds 2001 is er iets buitengewoons in mijn leven gebeurd, nu kan ik zeggen buitengewoon, maar toen dat allemaal begon bracht dat vele twijfels in mijn leven.

In 2001, op 1 januari, hoorde ik de stem van Maria: op het moment dat ik mijn rozenhoedje bad, begonnen mijn handen vocht af te scheiden, het was tijdens de nacht dat ik Maria hoorde toen ze mij zei: “Doe het licht aan”. Ik deed het licht aan en zij zei me: “Nu, kijk naar je handen.” Mijn handen waren nog steeds vol olie en zij zei: “Twijfel nu niet meer.”

Elke dag gaf Marie mij genaden:

zij gaf mij genaden van nederigheid;

zij gaf mij genaden van gehoorzaamheid.

Gedurende verscheidene maanden kreeg ik dromen en die dromen waren zo aanwezig in mijn leven! Ik begreep niet wat ik zag, en Maria legde mij alles uit wat ik gezien had en wat ik zag.

Vijftien dagen later hoorde ik de stem van Jezus.

De stem van Jezus: is een zachte stem, het is een stem die vrede brengt.

Jezus spreekt over de liefde, Jezus spreekt over de liefde tot de naaste.

Wanneer ik zeg dat Hij over de liefde spreekt, dan spreekt Hij over zijn Vader, Hij spreekt over Hem, Hij spreekt over de Drie-eenheid en Hij spreekt over zijn Moeder.

Wanneer Hij spreekt over de liefde tot de naaste: dan spreekt Hij over ieder van ons, over alle kinderen op aarde en dat vanaf Adam en Eva.

Jezus heeft mij uitgelegd dat wij in ons binnenste al onze broers en zussen van heel de wereld dragen. Wij dragen de Kerk, want wij zijn de Kerk.

Jezus is de Kerk, Jezus is de Al-Machtige: HIJ IS.

Dan heeft Jezus mij, zachtjesaan, in mijn binnenste geleid zonder dat ik zelf enige inspanning moest doen. Hij vroeg mij: “Geef mij je leven, geef mij het leven van allen die je in je draagt.”

En ik zei ja, en Hij sprak tot mij, Hij onderwees mij, en Hij zei dat Ik op de school van de Liefde zat. Heel in het begin begreep ik niet wat Jezus me zei.

Ik was verplicht om op papier tekeningen te maken om proberen te begrijpen wat Hij mij wilde leren. Hij zei: “Ik ben in jou; jij, jij bent in mij en in jou is heel de wereld, want de wereld is in mij en jij bent in elke persoon.”

Dus tekende ik een mannetje, dan een hart; dat was Jezus: het Hart van Jezus, het Hart van de Kerk. Hij zei: “In mij ben jij”.

Dan tekende ik een ander hart in het Hart.

Hij zei; “Jij draagt al jouw broers en zussen in jou”.

En ik tekende; ik trachtte kleine, kleine hartjes te tekenen in het binnenste van het hart: in mij.

Hij zei: “Omdat jij je wil overgeven in mij, omdat jij je wil geven in elk klein hart: ben Ik, zoals Ik ben in alle kleine harten: jij bent dus in alle kleine harten.

Toen sprak Hij mij over zijn Mystiek Lichaam.

Hij zei dat wij allen aanwezig zijn, dat wij slechts één lidmaat uitmaken.

Dat lidmaat was het hart, het hart van de Kerk zelf: dat is de liefde, dat is de liefde van God de Zoon voor God de Vader.

Wij zijn de liefde van God de Vader; wij zijn in Jezus, Jezus bevat ons allemaal.

Ieder van ons, zijn wij de Kerk.

Wij zijn een geheel in de Kerk: als er ook maar één lidmaat is in Jezus, hij draagt al zijn broers en zussen van de gehele wereld.

God zegt dat wij een werkstuk zijn.

God heeft alles in elk van ons gelegd.

Elke mens is compleet.

God verwacht van ons dat wij ons zouden geven voor de anderen.

-          om het geluk te brengen,

-          om de hoop te brengen;

-          om het geloof te brengen.

Op dit zelfde moment spreekt Jezus in onze harten.

Wij zijn het hart van de Kerk en wat wij vanavond horen, wat wij vanavond zullen voelen, zal niet slechts voor ons alleen zijn, maar voor allen die wij in ons dragen.

God is de Al-Machtige.

Hij kan zijn liefde niet beperken tot enkelen: Hij is de Liefde.

Hij houdt niet op zich te geven en zal ook nooit ophouden zich te geven.

Al wat jullie vanavond horen, is rechtstreeks uit jullie hart gekomen.

Wat jullie horen, hoor ik op hetzelfde moment als jullie.

Dat gebeurt allemaal door zijn Wil: alleen door zijn Wil.

Jezus zegt: “Lieve kinderen, jullie zijn in het leven de beweging van de liefde:

Ik ben het Leven, Ik ben de Kerk; jullie zijn het leven en jullie zijn de Kerk.”

Jullie kijken naar buiten en jullie zien een wereld die slechts leeft voor zichzelf.

Wanneer jullie halt houden, wanneer jullie van Jezus willen zijn: dan neemt Jezus wat jullie zijn en maakt van jullie beweging in zijn Kerk.

Jezus wacht niet tot jullie alleen hier zitten om te luisteren naar wat Hij te zeggen heeft: Hij doet het elk moment van jullie leven.

Jezus neemt momenten zoals dit om ons het Woord te onderrichten, om ons aan te tonen wat wij werkelijk in ons leven zijn.

Jullie tijdelijk leven heeft slechts zijn belang als het zich geeft voor het geestelijk leven.

Dat wil zeggen dat wanneer jullie de tijd nemen om stil te staan, als jullie de tijd nemen om je helemaal aan Jezus te geven: dan begint jullie leven op aarde belangrijk te worden.

Als jullie je geven voor jullie naaste, dan zijn jullie trots op jezelf!

Als jullie vernemen dat je naaste gelukkig is met iets dat hij van jullie ontvangen heeft, dan gebeurt er iets in jullie, het maakt jullie niet hoogmoedig; jullie ontdekken dat jullie van waarde zijn voor jullie naaste en dan begint jullie hoogmoed te verdwijnen.

Zich geven is ontdekken dat wij werkelijk kinderen van God zijn.

Ieder van ons moet leren alles aan Jezus te geven opdat Hij meer van onszelf zou nemen.

     Nu komt er een tijd van liefde;

     nu komt een tijd waarin veel van ons dagelijks doen en laten ons zal geopenbaard worden.

Wat is van het grootste belang voor ons, zo niet te kennen wat wij zijn tegenover God?

Wij kunnen hier op aarde wel een heel leven leiden, indien het niet voor God is, heeft het geen enkele waarde. Wie niet in God gelooft, is altijd naar iets op zoek.

Als hij het niet vindt in zijn eigenwaarde, zal hij het zoeken in het geld:

-       hij gaat proberen te bouwen;

-       hij gaat zichzelf proberen te bewijzen dat hij in staat is iets te doen omdat hij het nodig heeft zichzelf waarde te geven;

-       hij wil zich bemind voelen; hij wil het geluk kennen, maar vermits hij God niet in zijn leven heeft, betaalt hij dat geluk;

-       wie niet zijn mening deelt, komt zijn leven niet binnen;

-       hij werpt een dam op voor wie niet denkt zoals hij omdat hij er zich van overtuigen wil dat hij het geluk op aarde kan vinden;

-       zo’n kind vindt dat het zich alleen door materiële goederen goed voelt tussen zijn broers en zussen.

        Maar het kind dat in God gelooft, bemint zijn naaste.

-       hij houdt van zijn naaste zoals hij is;

-       hij leert te zien dat deze broer/zus is;

-       hij moet niet zoeken, hij hoeft zich niet als een belangrijk iemand voor te doen: hij weet zich gelijk aan de ander;

-       hij weet dat het geluk in Jezus ligt;

-       hij probeert te begrijpen wie hij is voor de anderen;

-       hij zoekt in zijn binnenste wat God zou kunnen behagen;

-       hij leert zich te geven, zich te offeren;

-       hij leert niet te domineren, niet te oordelen;

-       hij leert zijn nederigheid te ontwikkelen door de genaden;

-       hij leert om alles te geven:

-       dat kind zoekt niet meer, want het weet dat alles in zijn binnenste zit.

Wat de Heilige Geest ons deze avond probeert uit te leggen,

is dat wij dikwijls dat andere (kind) waren.

God zegt: “Lieve kinderen, als jullie je geven, moeten jullie je helemaal geven uit liefde voor de naaste. Vermits jullie weten dat jullie van God komen, vermits jullie weten dat al jullie broers en zussen door God dicht bij jullie zijn gekomen: moeten jullie alles geven, alles offeren.

Laat deze woorden in jullie binnendringen.

Laat jullie omhullen door Gods kracht.

Laat de genaden jullie leven doordringen.

Jullie zijn van God, jullie behoren alleen God toe.

In jullie is de Tegenwoordigheid: God spreekt in jullie hart, God opent het hart, God wil jullie tonen dat jullie de kinderen van God zijn.

In jullie zullen jullie vinden wat jullie zoeken.

Jullie broer die het geluk zoekt, zal het slechts vinden wanneer hij stopt met zoeken, maar opdat hij zou stoppen, is het nodig dat anderen hem helpen.

            Ik zoek kinderen die zich overgeven.

            Ik zoek kinderen die willen sterven voor hun broers en zussen.

Ontdek de waarde van jullie leven in Jezus: in de Kerk.

Jullie zijn de uitverkorenen, mijn uitverkorenen.

Ieder van jullie is door God geroepen.

Dat is niet van jullie zelf gekomen, maar door (jullie) tegenwoordigheid in de Tegenwoordigheid: in jullie is Jezus, in jullie, zijn jullie.

Als jullie in je binnenste zijn, zijn jullie dus in mij, Jezus: jullie zijn in de Tegenwoordigheid.

Ik wil jullie leren niet meer van deze wereld, maar alleen van mij te zijn.

Mijn wereld is niet van deze wereld: hij is enkel liefde.

Ik heb alle uitverkorenen van mijn Vader in mij gedragen.

Allen die opgeschreven staan in het Boek des Levens zijn in mij.

            Alles is in Christus.

            Alles is in het Leven.

Zich weten over te geven in het leven: is zijn ja aan Jezus uitspreken.

In de Kerk willen leven: is zich willen geven voor allen die in de Kerk zijn.

Diegene die zegt niet in Jezus te geloven:

dat is diegene die niet geproefd heeft in de Tegenwoordigheid.

Ik trek tot mij allen die van mijn Vader zijn.

Laat die woorden in jullie binnendringen, zij brengen jullie naar waar jullie zelf niet kunnen gaan.

Alleen de Zoon kan jullie in jezelf leiden.

Mijn genaden voeden jullie ziel.

Jullie ziel herkent zijn God van liefde.

Jullie moeten je helemaal overleveren om van die genaden te genieten.

Wees als kinderen die hun God vertrouwen.

God voedt zijn Kerk; God is tegenwoordig.

Is het niet normaal, mijn kinderen, dat ik jullie uitwendige leven kan raken vermits jullie innerlijk mijn Woonplaats is? Heel jullie binnenste is in mijn Tegenwoordigheid.

Het is door de kracht, door de wil van mijn Vader dat jullie deze woorden kunnen horen.

Deze woorden behoren jullie toe vermits zij uit jullie binnenste komen.

Deze instrumenten dienen alleen God, net zoals jullie, jullie dienen alleen God.

Jullie beminnen je God, jullie houden van je broers en zussen: leer vooruit te gaan, leer om nog verder te gaan.

Jullie leven moet voor mijn Vader een leven van liefde zijn.

Deze wereld heeft nood aan voorbeelden, deze wereld heeft jullie nodig: jullie zijn de kinderen van het Licht, jullie zijn de uitverkorenen voor de tijd die komt.

Ik bouw mijn wereld van liefde met de wezens van licht, zuivere wezens, wezens alleen gemaakt voor de liefde.

Geef jullie menselijke wil over in de handen van Gods Zoon;

-          Ik wil alles van jullie nemen;

-          Ik wil alles nemen wat jullie heeft doen lijden.

De beweging van het Leven is in binnen in jullie.

De kinderen van deze wereld zijn bezig zich te doden, door aanhoudend met hun buitenkant te leven: langzaam verlaten zij hun leven om te bereiken wat nooit leven kan zijn.

Wanneer men zijn leven laat verlopen en men het niet gebruikt voor de liefde, gaat het leven weg en kan het niet meer doordringen tot het Licht.

      Het Licht is in jullie binnenste.

      Het Licht voedt jullie leven.

      Het Licht toont wat goed is voor ieder van jullie.

Verlaat het licht en jullie zullen je goede daden niet zien.

Verlaat het licht en jullie goede daden zullen jullie niet meer voor ogen komen, want die  goede daden zullen onvruchtbaar worden.

Jullie zullen leren zeer hoogmoedig te worden.

Is het dat niet wat jullie broers en zussen doen

wanneer zij veraf staan van hun geestelijk leven?

Door mijn genaden hebben jullie, mijn kinderen, geleerd om dicht bij het Licht te blijven.

Ik ga jullie leren om in dat Licht te verdwijnen.

Ik ga jullie leren om jullie broers en zussen te zien als vol van liefde, want jullie ogen zullen alleen nog liefde zien.

Jullie ogen zullen hun gebreken niet meer opmerken, jullie zullen het lijden zien dat in hun leven heerst.

Jullie zullen begrijpen dat al het kwaad dat zij doen, veroorzaakt is door de zonde, en de zonde doet de kinderen van God lijden.

Wanneer Ik gestorven ben op het Kruis, heb Ik alle zonden genomen en elke zonde ter dood gebracht. Elk kind moet in wat het doet herkennen of dat goed is of slecht.

Wanneer het ontdekt dat het slecht is, moet het zijn handeling erkennen opdat het berouw zou kunnen hebben. Het moet een daad van nederigheid stellen opdat zijn gebaar helemaal in het licht zou zijn, want als het zijn zonde belijdt, als het de absolutie ontvangt, baadt heel zijn wezen in het licht.

Het ontvangt de genaden van mijn Vader.

Het leert zichzelf liefde te geven.

Het leert leven te geven aan zijn leven.

Het laat in zich de vrede stromen, en wanneer het in vrede is: dan kent het de vreugde.

Maar wegens de menselijke wil, zijn de kinderen niet in staat om in deze vreugde te blijven

omdat zij steeds weer in zonde vallen.

Waarom komen kinderen buiten van de H. Mis en oordelen zij hun naaste?

Waarom zijn de kinderen niet in staat om zuiver te blijven?

Dat is omdat het merkteken van de zonde in jullie vlees zit.

De ziel heeft de heiligmakende genade ontvangen, de ziel heeft het voedsel van God ontvangen; maar het vlees herinnert zich de zonde en het vlees is daardoor zwak.

Hoeveel keer hebben jullie ogen de zonde gezien?

Hoeveel keer hebben jullie beledigende woorden gehoord en die in jullie laten  binnen dringen?

Jullie vlees herinnert zich en jullie vlees lijdt.

Dat is de reden waarom jullie niet zuiver kunnen blijven.

Ik ben het Woord, Ik ben het Leven, Ik ben het Licht;

aan mij om jullie te tonen wat in jullie is.

Ik spreek om jullie de liefde te brengen;

Ik spreek om jullie de hoop op eeuwig leven te brengen.

            Heb Ik ook niet zo gesproken voor mijn apostelen?

            Heb Ik ook niet zo gesproken op elke ogenblik van jullie leven?

Jullie moeten voor jezelf een zuiver woord zijn.

Om een zuiver woord te zijn:

-            moeten jullie alles aan Jezus geven;

-            moet het Woord jullie zuiveren, opdat jullie je helemaal in Jezus zouden kunnen overgeven;

-            wees niet bang om jullie over te geven, om afstand te doen van jullie menselijke wil.

Zoveel, ja zoveel jaren lijdt de mens wegens de menselijke wil.

Jullie werden door mijn Vader geschapen voor de liefde; jullie werden door mijn Vader geschapen om gelukkig te zijn: jullie zijn de kinderen van de Goddelijke Wil.

Voor de zonde van Adam en Eva, was er in de mens geen kwaad, want mijn Vader had het kwaad niet in de mens gelegd;

alles was gemaakt naar Gods gelijkenis en God is volmaakt.

Adam en Eva moesten zuiver blijven;

zij moesten de test van de Liefde doorstaan, want de Liefde wilde zijn kinderen;

Adam en Eva leefden in een zeer grote vrijheid voor de zonde.

Toen zij ongehoorzaam waren aan God, is het kwaad in Adam en Eva binnengekomen;

zij leerden de menselijke wil kennen: zij leerden het kwaad kennen dat in de menselijke wil was. En jullie, jullie zijn in de menselijke wil;

jullie leven in de tegenwoordigheid zelf van het kwade en het goede in jullie binnenste;

ziedaar waarom Ik jullie gezegd heb dat allen die in Christus zullen sterven,

het eeuwig leven zullen kennen.

Allen die gestorven zijn hebben moeten kennismaken met al wat zij in hun menselijke wil gedaan hebben. Zij hebben alles gezien wat zij uitgevoerd hadden.

Zij hebben alles gehoord wat zij op aarde gezegd hebben.

Alle gevoelens die zij hadden ervaren,stonden hun voor ogen.

Elk van hen werden zij geconfronteerd met hun leven en zij hebben hun gebreken tegenover God gekend en zijzelf hebben ervoor gekozen om in het zuiveringsvuur te gaan, omdat zij zich beschaamd voelden tegenover zoveel liefde:

            dat alles door de menselijke wil;

            dat alles omdat zij belang gehecht hebben aan hun menselijke wil.

Jullie, lieve kinderen, jullie die weten dat de menselijke wil tegen jullie is, Ik praat in jullie hart opdat jullie zouden kunnen begrijpen wat Ik altijd gezegd heb.

Ik heb mijn Leven aan mijn Vader gegeven; geef, ook jullie, je leven.

Laat jullie aardse leven in het vlees achter.

Kom in jullie aardse leven in mijn Leven door jullie menselijke wil in mijn handen te leggen.

     Ik zal jullie bewegingen laten ontdekken die jullie bewonen.

     Ik zal jullie alles laten ontdekken wat jullie hebben gehoord en wat in jullie vlees gedrukt staat.

     Ik zal in jullie binnenste houdingen naar boven brengen die tegen de Liefde waren.

Jullie zullen met mijn genaden alles leren wat tegen God was, tegen jullie zelf en tegen jullie naaste.

Ik ben het die alles zal doen: niet jullie.

Ik ga alles van jullie nemen en het omhullen met mijn genaden van liefde.

     Jullie zullen een kracht in jullie binnenste ontdekken.

     Jullie zullen leren om ja tegen Jezus te zeggen.

     Jullie zullen leren de vergeving te ontdekken.

     Jullie zullen houden van wat  jullie doen.

God komt niet om jullie te veranderen, God komt verbeteren wat jullie zijn.

Voordat jullie op aarde kwamen, had mijn Vader alles in jullie binnenste gelegd;

vermits Ik in jullie ben, vermits mijn Vader mij alles gegeven heeft, hebben jullie in je binnenste alles wat mijn Vader mij gegeven heeft.

Jullie zijn kinderen om te geven, jullie zijn kinderen om te beminnen.

Jullie zijn niet gemaakt om te oordelen; jullie zijn niet gemaakt voor het geweld: jullie zijn niet gemaakt voor het kwaad.

Maak in jullie binnenste die beweging die in jullie aanwezig is: jullie leven geven, in de Kerk, in de Goddelijke Wil: jullie zijn samen met jullie broers en zussen.

Als jullie zullen ontdekken dat jullie dingen hebben gedaan zoals jullie leven bedriegen, als jullie begrijpen dat jullie mensen zijn die geoordeeld hebben en dat jullie dat in jullie zelf verborgen willen houden, is dat niet je leven bedriegen?

Dat bewoont jullie en dat doet jullie lijden.

Hoeveel hebben geleden en hadden het moeilijk om te ademen?

Zij wilden een ander leven leiden: daardoor hadden zij het moeilijk om te ademen.

Kijken naar het leven van anderen en hun leven willen leven werd niet door God gevraagd.

Dat veroorzaakt bewegingen die niet in het leven moeten voorkomen, het is alsof jullie twee levensadems zouden hebben. God gaat jullie vlees genezen.

God zal jullie ziekten wegnemen en dat zal gebeuren door Gods kracht, en jullie zullen je geven voor hen die jullie in je dragen, want in jullie binnenste zijn er veel kinderen die hun leven verknoeid hebben.

Ieder moet zijn eigen zuivering dragen, maar hoe meer jullie zullen leren je te geven voor jullie broers en zussen, hoe meer jullie zuivering zal geschieden in vreugde en vrede, en zij zullen genaden ontvangen.

 

De Dochter van het Ja aan Jezus in de Heilige Geest:

Probeer te begrijpen wat God jullie wil doen begrijpen: jullie leven in de Kerk ontdekken en dat vanaf de eerste die er deel van uitmaakte tot en met de laatste. Elke beweging die zich in jullie binnenste zal voordoen, zal een genade zijn voor jullie en voor de Kerk. Jullie zullen de vrede ontdekken, en de vreugde vinden in jullie te geven. Laat die bewegingen in jullie binnenste, want God is levend. God laat jullie kennen wie jullie vanbinnen zijn.

Wat God ons wil uitleggen is dat wij een geheel uitmaken in de Kerk.

Wij moeten ons vanaf vandaag geven voor de anderen.

-       Wij geloven in de Kerk, wij geloven in de sacramenten;

-       wij hebben allemaal kinderen, wij hebben allemaal broers en zussen die zich soms van de Kerk verwijderd hebben;

-       wij hebben ook allemaal broers en zussen die niet meer pratikeren, die de Kerk verloochenen, die in sekten verzeild zijn geraakt,
   die in niets meer    geloven,

-       want een enkele in de Kerk die niet in God is: is onze broer, is onze zuster;

-       als God zich van ons bedient, als God ons verzamelt:

-       dan is dat omdat wij een zending in de Kerk te vervullen hebben.

Hoeveel onder ons hebben in hun leven niet aan Jezus gevraagd: wat moet ik doen in het leven?

Hoeveel onder ons hebben televisie gekeken: als wij rampen zagen, vroegen wij ons af wat wij konden doen?

Hoeveel onder ons hebben mensen spektakels zien geven, bijvoorbeeld om fondsen te verzamelen tegen kanker, en wij hebben ons afgevraagd hoe wij konden helpen?

Dat allemaal omdat Jezus dat in ons binnenste gelegd had.

Wij hebben die behoefte in ons om ons te geven voor de anderen, omdat wij liefde zijn: wij zijn allen kinderen van God.

     Jezus is op aarde gekomen en heeft ons gesproken over het Rijk van zijn Vader;

     Jezus sprak ons over de Zaligsprekingen, en wij hebben dat gehoord en vonden die          woorden aangenaam om te horen;

     men moet meer doen dan horen, nu moeten wij leven wat Jezus voor ieder van ons verlangt.

Ieder van ons heeft een opdracht: leven in de Kerk,

de Kerk niet alleen bekijken van de buitenkant, maar ze binnen in ons te beleven.

Jarenlang gingen wij naar de mis, wij hebben gebeden, wij deden novenen: dat was buiten onszelf.

Nu zegt Jezus: “Keer in jullie zelf want jullie zijn de kerk, want jullie moeten handelen in de Kerk.”  Een enkel gegeven woord aan Jezus, binnen in ons, voor een van onze broers wordt een handelend woord.

Aangezien dat woord aan Jezus gegeven is en omdat wij geloven dat Jezus ons innerlijk bewoont, neemt Jezus dat woord en maakt het tot het zijne: het wordt dus zijn eigen woord; en Hij helpt niet alleen dat kind dat hulp nodig heeft, maar Hij helpt alle anderen omdat Jezus weet wie nood heeft.

Jezus is de Kerk. Jezus is de Kracht en Hij is in alle kinderen der wereld.

Jezus gaat zich van ons bedienen.

Jezus zal zijn wereld van liefde oprichten zoals Hij gezegd heeft.

Waarom praat Hij in ons hart, in het binnenste van ons leven nu op dit moment?

Waarom heeft Hij al die jaren gewacht, Hij had hierover kunnen spreken in het jaar 1400 of 1500?

Omdat Jezus zijn Kerk gebouwd heeft, omdat Jezus zijn Kerk gesticht heeft met al de kinderen van God;

Jezus is het Hoofd en wij, wij zijn haar ledematen;

ieder van ons, wij allen vullen elkaar wederzijds aan: wij zijn in harmonie.

De eerste apostelen hebben de woorden van Jezus gehoord en zij hebben in het woord van Jezus geloofd: dat heeft de Kerk gevormd, dat heeft de Kerk doen groeien.

Jezus was de hoeksteen en wij zijn in deze steen;

er moest een begin zijn voor zijn Kerk.

Allen die voor ons waren, hebben ons voorbereid te leven wat wij thans beleven.

Zij werden door God geroepen en zij hebben ja geantwoord op Gods roepstem.

De eerste christenen, de allereersten, hebben voor ons geleden; zij hebben zich gegeven en zij zijn gestorven voor ieder van ons.

Allen die daarna kwamen en die in de Kerk geloofden, die geloofden in de gekruisigde Jezus, hebben zich voor ieder van ons gegeven omdat zij in Jezus geloofden, zij geloofden in wat Hij gedaan had.

Wij nu zijn gevorderd in die beweging van liefde.

Jezus is de Boom van het leven, wij zijn de vruchten van die Boom.

Het is alsof de vruchten nu rijp zijn.

Jezus gaat eenieder van ons persen opdat wij de wijn van het Leven zouden kunnen maken.

Jezus heeft zijn Bloed over ieder van ons uitgegoten om het wezen dat wij zijn te reinigen.

Zijn Bloed was een zuivere vloeistof.

Nu verwacht Hij van ons een totale overgave opdat wij een zuivere vloeistof zouden zijn, een liefdeswijn die wij God de Vader zullen moeten aanbieden.

Wij zijn de vruchten van de Liefde.

Allen die ons vooraf gingen hebben moeten werken, hebben zich moeten offeren, zich moeten geven opdat de wijnstok altijd voedend zou zijn;

het was nodig dat de genaden van God in de wijnstok omhoog stegen om uiteindelijk de vruchten te bereiken;

zo zijn wij de vruchten en wij moeten ons geven voor al onze broers en zussen die wij in ons dragen.

Laat ons geloven in de levende Kerk.

Jezus gaat zich van elk van ons bedienen op dit moment.

Hij gaat in ons binnenste de gevolgen van de zonde verwijderen.

Elk kind vanaf Adam en Eva – ja vanaf Adam en Eva- dat gedachten heeft gehad tegen God, tegen zichzelf en tegen de naaste, heeft de Kerk gevormd.

Elke persoon die daden gesteld heeft, heeft de Kerk gevormd.

            Indien deze woorden, deze daden goed waren: dan bewonen zij ons;

indien deze gedachten en daden tegen de Liefde waren: dan bewonen die ons en daarom moeten zij uit ons binnenste verwijderd worden, want zij hebben ons vlees te zeer gekwetst.

God zegt: “Ik ga jullie vlees zuiveren, ik ga het kwaad verwijderen dat in jullie binnenste is doorgedrongen, want dat heeft alle kinderen van God gekwetst en jullie voeren strijd met het kwade in jullie.”

Elke gedachte die vanuit ons binnenste uitgaat en binnendringt in onze gedachten en die niet liefdevol zijn: die wil Jezus hebben.

Hij wil dat men hem eenvoudig zegt: “Jezus, ik wil dat niet meer, ik geef het aan U; zuiver wat in mij is, dat heeft mij doen lijden en het heeft ook al mijn broers en zussen doen lijden.”

Dat is wat Jezus van ieder van ons zal verwachten.

Hetzelfde geldt voor onze daden: zonder dat men eraan denkt, zullen er daden in onze gedachten komen, en die zullen weer opduiken zonder dat wij er zelf iets voor moeten doen.

En Jezus verwacht van ons heel eenvoudig een ja.

Hij wil dat wij hem die daden geven, gevolgen van de zonde niet alleen voor ons, maar voor al onze broers en zussen.

Ziedaar de zuivering.

Jezus zegt:

“Lieve kinderen, maak jullie leven niet ingewikkeld: Ik ben het Leven, Ik zal alles nemen, zoals Ik al jullie zonden genomen heb.

Ik ken jullie levensloop.

Ik wil de gevolgen van al jullie slechte gedachten, van alle slechte daden.

Jullie zullen leren in vrede te blijven.

Jullie zullen leren jullie door de zuiveringbeweging te laten nemen, Ik doe alles, niet jullie; jullie moeten alleen ja zeggen.

Jullie moeten leren om binnenin zoals kleine kinderen te blijven die alleen in God vertrouwen, niet in de persoon die jullie zijn.

Omdat jullie nog in je menselijke wil zijn, en daardoor niet in staat bent iets uit jullie zelf te doen: vertrouw God, geef jullie zoals kleine kinderen.”

God zegt: “Neem nu een ogenblikje rust.” Dank U.

 

De Dochter van het Ja aan Jezus in de Heilige Geest: Jezus, U bent de Liefde, U bent de Machtige. U laat uw kinderen rondtrekken om aan te sluiten bij uw andere kinderen. U legt in ons hart het Woord opdat wij het Woord zouden zijn. U wil niet dat wij nog onszelf maar Uzelf zouden zijn; neem dus die plaats in, doe uw Wil in alles.

Het Woord van God voor zichzelf houden, is als het ware ons leven verstikken,

het leven verhinderen open te bloeien.

Dikwijls wil men zijn leven  voor zichzelf leven, vasthouden aan zijn gewoonten, zijn huis niet verlaten om voor anderen wat moeite te doen: zo zijn wij met de jaren geworden.

Wij willen ons wel geven, maar de inspanningen zijn zo klein; soms is de Heer verplicht ons een beetje aan te porren.

Hij weet wanneer er een beweging in mij is die mij ertoe brengt mij te ontrekken van wat Hij van mij verwacht. Zonder mij op te jagen, zonder mij echt te berispen, komt Hij mij zachtjes zoeken. Hij brengt mij naar waar ik niet wil gaan omdat ik niet weet waar Hij mij naartoe wil brengen.

Het onbekende maakt ons bang; wij weten dat er rondom ons iets gebeurt, wij weten dat er iets zal gebeuren, maar wij zien niet.

Wij weten door de boodschappen wat er gebeuren gaat, maar wij slagen er niet in het te beseffen of, als men probeert eraan te denken, als men het zich probeert voor te stellen, dan is het resultaat:

-          onzekerheid;

-          men vraagt zich af of dat werkelijk zal gebeuren;

-          vervolgens, als men werkelijk zo begint te denken, komt men niet verder, men blijft ter plaatse trappelen;

-          en wanneer wij ter plaatse blijven, dan zijn de eerste personen die te lijden hebben niet de anderen, maar wijzelf.

Want er zijn anderen die vooruitgaan!

Er zijn anderen die zich overgeven en als die dan een twijfel hebben, wanneer zij bang zijn: dan zijn er weer anderen om hen af te lossen.

Dat komt omdat wij niet alleen zijn, wij zijn de Kerk

en Jezus weet wanneer wij bang zijn, wanneer wij twijfelen.

Vergeten wij niet dat Jezus het Leven is, Jezus is de Machtige.

Als Hij de macht heeft om de wind te laten zwijgen, de storm te bedaren, is Hij ook in staat ons tot rust te brengen, ons te komen opzoeken.

Soms is het dat wat mij innerlijk overkomt; ik weet dat Jezus tot mij spreekt, ik weet dat de Drie-eenheid tot mij spreekt, maar dat neemt niet weg dat ik nog in mijn menselijke wil ben.

Ik wil mij in de Heer overgeven, Ik wil het doen voor al mijn broers en zussen, maar er zijn momenten waarop ik heimwee heb naar mijn familie.

Soms zou ik terug achteruit willen gaan, terug willen keren naar mijn familie zoals het vroeger was, maar ik weet dat ik dat niet meer kan doen omdat ik nu weet, kennis heb.

Hij heeft mij dingen getoond, Hij heeft mij bewegingen getoond; Hij heeft mij bewegingen laten voelen; zelfs al zou ik terug achteruit gaan, ik zou niet kunnen vergeten wat ik gezien heb, dus ben ik niet meer dezelfde.

Daarom is er niet veel nodig om mij terug in gang te zetten; een kleine beweging van Jezus en hop, ik ben klaar om te doen wat Hij me vraagt.

In het begin was het nodig dat Jezus zich herhaalde, herhaalde, herhaalde.

Hij heeft mij voldoende gezegd om wel zeven boeken te schrijven en Hij zei: “Meer dan dat mij dochter, meer dan dat!” Dat alles om mij daar te brengen waar ik vandaag ben.

En weten jullie waarmee ik het meest ben vooruitgekomen? Met “ik hou van U’s”.

Jezus hield niet op te zeggen: “Ik hou van je, hou van Mij, ik wil dat je van mij houdt voor hen die mij niet zeggen dat ze van mij houden.”

Dus zei ik: “Ja, ik hou van U, Jezus”, maar het was niet genoeg: Hij toonde mij kinderen binnen in mij.

Ik herinner mij dat Hij mij op een dag iets wilde vragen van overgave en ik voelde dat het een zeer grote overgave was, zo werd ik toch een beetje bang en ik zei: “ah, neen, Jezus, dat niet!”

Dan toonde Hij mij heel kleine kinderen van twee, drie jaar die leden, hun pijnen waren verschrikkelijk; toen aarzelde ik niet mijn ja te geven.

Zo zijn diegenen die in ons binnenste zijn; ik werd vertederd door de kinderen van twee en drie jaar. Dat was heel in het begin; nu heb ik medelijden met de volwassenen.

Ik heb medelijden met de homo’s, medelijden met de prostituees, medelijden met hen die het sacrament van het huwelijk niet trouw zijn gebleven, met de jongeren die hun ouders verlaten hebben om hun leven te leiden zoals zij dat willen, omdat het allemaal kinderen zijn.

In hun binnenste zijn ze als kinderen van twee, drie jaar die op dat moment de liefde kwijt zijn.

Wanneer wij geboren worden, zijn wij liefde, wij verlaten de Liefde, wij zijn zó dicht bij de Liefde, het is bij het ouder worden dat wij ons van de Liefde verwijderen.

Hoe het moment bepalen waarop zij de Liefde helemaal verlaten hebben

om binnen te gaan in het lijden?

Vandaag zijn er volwassenen die reeds lijden vanaf zeer jonge leeftijd, twee jaar, een jaar, enkele maanden, want Jezus spreekt over hen alsof het kinderen waren, omdat Jezus hen bemint zoals zij zijn, omdat Hij ze bekijkt met zijn ogen van liefde, omdat Hij weet wat er binnen in hen gebeurt sinds zij op de wereld kwamen.

Jezus leer ons om hen te bekijken met onze ogen, maar binnen in ons, niet meer met onze uitwendige ogen, want als wij ze bekijken met onze uitwendige ogen dan zien wij enkel mensen zoals wij.

Zoals wij, wij lijden, zoals wij, wij hebben allerlei soorten leed gekend vanaf onze prilste kinderjaren, zodoende zullen wij hen oordelen naar wat wij zelf zijn:

-          ik heb geleden, wel dat zij nu lijden op hun beurt;

-          ik ben erdoorheen geslipt, dat zij er ook doorheen komen;

-          ik heb lijden gekend en van lijden gaat men niet dood;

-          ik weet wat wenen is, wel zij zullen ook wenen en daardoor zullen ze groot worden.

Soms is ons hart beklemd, want wij weten dat zij lijden:

omdat wij zelf ook geleden hebben was ons hart ook voor onszelf beklemd.

Zo kijken wij naar onze broers en zussen van dezelfde leeftijd als wij of ouder; maar als wij een baby van enkele maanden bekijken, of een kindje van een jaar, twee jaar, drie, vier jaar, dan wordt dat anders voor ons: wij willen niet dat zij hetzelfde meemaken als wij.

Hoe komt het dat wij geroerd worden tegenover kinderen die lijden maar direct nadat zij achttien jaar zijn en als volwassenen beschouwd worden, de gemeenschap hen niet meer als kleine kinderen bekijkt?

Dat komt omdat onze ogen deze wereld gezien hebben en wij zijn van deze wereld geworden: het kleine kind dat in ons is, is niet meer.

Wij bekijken onze naaste met wat wij zelf zijn aan de buitenkant en het kleine kind in ons weent, weent over zichzelf: dat geldt voor ieder van ons.

Jezus spreekt in ons opdat wij zouden stoppen met wenen over onszelf.

Jezus zegt: “Ontwaak! Ga naar het kind dat in jullie weent en leer het te beminnen; het wil gevoed worden met liefde.”

Wij hebben in ons alles wat nodig is om liefde te zijn.

Men heeft ons gewoon gemaakt om de liefde buiten ons te zoeken en wanneer men geen liefde vond, zocht men ook buiten zichzelf naar troost.

Wij zijn zelfs zo ver gegaan de liefde van anderen te stelen om ons te voeden.

Wanneer men ouder wordt, zoekt men een partner om liefde te hebben en men vraagt hem/haar om liefde: men wil bemind worden.

De ander kan ons geen liefde geven vermits hij of zij de liefde in zichzelf niet ontdekt hebben.

Zolang wij niet in ons binnenste keren om daaruit te putten wat voor ons bestemd is, zullen wij geen liefde voor onszelf zijn.

In ons binnenste vloeit er een bron: zij wordt door Jezus gevoed

en daar is het dat wij naartoe moeten gaan. Wij moeten ons naar binnen keren.

Dat vraagt een zekere tijd alvorens wij ons zullen kunnen voeden aan de liefde die ons bewoont, daar wij al verscheidene jaren zonder voedsel zijn;

dus zal het nodig zijn om dat gebrek in ons te vullen.

God zegt: “Laat de liefde in jullie stromen. Geef jullie over. Zelfs als er bewegingen zijn buiten jullie, hou je er dan niet mee bezig, want er zullen nog bewegingen zijn buiten jullie om:

-          jullie zullen je oren moeten sluiten voor de buitenwereld en jullie bezighouden met wat in jullie gebeurt.

-          Jullie zullen leren geduld te hebben met jezelf.

-          Jullie zullen leren om jezelf te vergeven.”

God zegt dat alles zal worden toegekend in ons binnenste.

In het begin, toen ik de liefde van Jezus begon te ontdekken, waren er in mij bewegingen die te voorschijn kwamen en die ik niet kende.

Dat kwam doordat ik had toegestaan Hem mijn menselijke wil te geven, en Hij nam hem elke dag en Hij deed mij de liefde in mij ontdekken.

Zo ben ik langzaam gestopt met van mijn echtgenoot liefde te eisen; ik keek nu anders naar hem. Aangezien ik in mij mijn zwakheid zag, mijn gebrek aan liefde, zo leerde Jezus mij dat ook hij (mijn man) kwetsuren in zich droeg, dat ook hij in zich tekortkomingen van liefde had.

Dus kon ik hem geen liefde meer vragen, want hoe meer ik er mij van bewust werd dat ik in mij gebrek aan liefde had en wist dat dit ook voor hem het geval was, kon ik dan bij hem liefde gaan zoeken en liefde van hem gaan eisen, terwijl hijzelf ook gebrek had?

Dus, door dat te ontdekken, leerde ik kwetsuren te zien en Jezus genas ze.

Zie, ik wist niet dat ik in mij zoveel kwetsuren had door gebrek aan liefde, vanaf het moment dat ik ter wereld kwam, maar Jezus, Hij wist het.

Toen ik hem dus mijn menselijke wil gegeven had, mijn ja, kon Hij in mij handelen.

Jezus houdt van de kinderen van God en Hij heeft eerbied voor wie wij zijn,

Hij zal ons niet dwingen.

Langzaamaan, met zijn “Ik hou van jou’s”, heeft Hij mij geleerd mijn “ja” te geven:

     Hij herstelde wat in mij gebroken was;

     en zo keek ik naar mijn man en ik hield van mijn man, maar anders:

     ik hield van hem zoals hij was en niet meer zoals ik graag wilde dat hij zou zijn.

     Ik leerde te houden van het wezen dat hij was in alles wat hij voor mij betekende:

     mijn echtgenoot, het wezen dat God voor mij had uitgekozen, de vader van mijn kinderen ,       en de man die hij was.

     Nu eiste ik niet meer van hem, want ik eerbiedigde hem zoals hij was;

     ik beminde hem niet meer met mijn menselijke wil, maar ik hield van hem in Jezus,

     en zonder dat ik enige moeite moest doen, zag hij dat alles en ook hij gaf die liefde terug.

Terwijl ik dat ontdekte, in januari 2001 is hij gestorven in maart 2001.

In al de jaren dat ik met mijn man geleefd heb, heb ik nooit zoveel liefde voor hem gevoeld, als gedurende die weken: alles in mij was veranderd.

Ik veranderde ook ten opzichte van mijn kinderen. Ik hield van mijn kinderen, zelfs te veel! want het was een bezitterige liefde, en ik wilde ook hun leven controleren omdat ik niet wilde dat zij dezelfde fouten zouden maken als ik, want ik had geleden onder gebrek aan liefde: gebrek aan liefde tegenover mijzelf.

Dus, langzaamaan, met “Ik hou van jou’s” van Jezus, bekeek Ik mijn kinderen op een andere manier en ik gaf ze voortdurend over aan Jezus.

Toen Maurice en ik trouwden en kinderen kregen, lieten wij niet toe dat anderen erop pasten.

Een keer, ik herinner het mij nog, gingen wij samen uit en hadden wij een oppas gevraagd voor onze kinderen, ik heb mij toen zo verveeld: en dat was slechts één avond.

Wij, mijn man en ik zeiden: wij leven voor onze kinderen, wij houden van onze kinderen, maar het was een liefde die onder controle stond van onze menselijke wil.

Toen mijn kinderen het huis verlieten en trouwden, of het huis verlieten om elders en verder van mij te gaan wonen, wel, toen hebben mijn man en ik het zo voor mekaar gekregen dat zij toch niet te ver weg zouden gaan. Wij deden alles voor hen: wij hielpen bij de renovatie; wij wilden ons echt helemaal geven, maar ook niet te veel, juist voldoende om hen dicht bij ons te hebben: wij hielden ze onder toezicht.

Dat was een bezitterige liefde en vandaag ben ik hier, ver van mijn kinderen: ik kan weken weg zijn zonder hen te zien

Ik blijf van hen houden, maar ik vertrouw op God; ik weet dat God zorg voor hen draagt.

Hij heeft die bezorgdheid voor mijn kinderen weggenomen.

Ik weet dat als ik terugkeer naar huis, mijn kinderen zijn waar God ze wil hebben.

Zien jullie hoe mijn leven veranderd is? Dat wil God met ieder van ons doen.

Hij wil dat wij volmaakte wezens zouden worden met wat wij zijn.

Wij zullen enkel volmaakt zijn op het moment dat wij liefde zullen zijn voor onszelf.

Jezus heeft gezegd: “Hebt elkander lief zoals Ik jullie liefheb.”

Hoe kan men van de ander houden als men zichzelf niet bemint?

God de Vader is in de Zoon en de Zoon is in de Vader.

Hun liefde is zo sterk dat zij de derde Persoon hebben voortgebracht: de Heilige Geest.

Is dat niet omdat zij zich beminden?

            God bemint zich, dus moeten wij zijn zoals God: wij moeten ons liefhebben.

Dan zullen wij van onze naaste houden en hem helpen, maar niet met onze menselijke wil, alleen met de Goddelijke Wil.

Jezus zal het aanschijn van de wereld veranderen door de liefde.

            Het wapen dat strijden zal tegen de haat: is de liefde.

            Het wapen dat strijden zal tegen de oorlog: is de liefde.

Wij willen onze regeringen veranderen, wij willen de wijze veranderen waarop wij naar de godsdienst kijken, maar wij doen dat met onze menselijke wil.

Als wij zo blijven verder doen, zullen wij altijd hetzelfde resultaat boeken als vandaag: een wereld zonder geloof, zonder liefde.

Dus zal Jezus zijn wereld van liefde bouwen met de kinderen van liefde, geven wij Hem elke dag ons ja en Hij zal de rest doen.

Wij moeten ons geen zorgen maken om onszelf.

Als men zich liefheeft, als men leert te ontdekken dat wij liefde zijn, laten wij ons er dan bewust van zijn dat er uit onze schoot kinderen zijn gekomen: die kinderen zijn van God, dus het zijn wezens van liefde net zoals wij.

Als wij bij onszelf beginnen om ons lief te hebben in Jezus, dan zal Jezus dat doen met onze kinderen en dat zal voor Hem minder tijd vergen dan voor ons.

Herinner jullie dat Jezus gezegd heeft dat Hij begonnen is door zijn apostelen, daarna met de christenen, nadien is Hij verdergegaan met anderen om onszelf te bereiken.

Nu zijn wij teruggeven aan onszelf voor onze kinderen.

Kijken wij naar de tijd vanaf het begin tot nu: er zijn toch vele honderden, honderden, honderden, en honderden jaren geweest.

Dat alles omdat de menselijke wil tussen de Goddelijke Wil en onze wil stond.

Jezus zegt: “Nu wil Ik van jullie wil niets meer weten: geef mij jullie wil; dan zullen jullie zien dat Ik in een weinig tijd het aanzien van de aarde zal veranderen.”

Als wij deze woorden horen en geloven in die woorden, dan hebben wij reeds een stap gezet: die van ermee in te stemmen om op Hem te vertrouwen, Hem onze menselijke wil te geven.

Jezus zegt: “Nu ga je spreken over wat komt.”

Jullie weten dat er vele boodschappers zijn, jullie weten dat Jezus sinds verschillende jaren spreekt en dat Hij zijn Moeder zowat overal naartoe stuurt.

Het is nu al meer dan vijfentwintig jaar en langer dat Mama Maria verschijnt..

In Medjugorje opent Mama Maria nu de harten om ons mee te nemen in het Hart van haar Zoon.

Nu zegt Jezus: “Maakt plaats voor Haar die mijn Hart genomen heeft.”

De Maagd Maria: Lieve kinderen, jullie zijn hier in de tegenwoordigheid van de Wil van God.

Mijn kinderen, leer dat alles door de Wil van God gekomen is.

            Ieder van jullie moet leren om zich over te geven.

Ieder van jullie moet instemmen om zijn wil in de handen van mijn Zoon achter te laten.

Jullie zijn allen geroepen je te geven.

Geef jullie voor je broers en zussen.

Zet jullie binnenste groot open voor de genaden die jullie worden geschonken.

Deze tijden hebben jullie voorbereid op de tijd die komt.

Weldra zal een grote beweging zich laten zien en jullie zullen de glorie van mijn Zoon zien.

Jullie zullen voor het Licht staan en het Licht zal jullie innemen.

Heel jullie binnenste zal vol bewegingen zijn: jullie zullen je leven zien.

O! lieve kinderen, hoor de roepstem van de Liefde!

Maak plaats voor Gods genaden in jullie!

Wees goed voor jullie zelf, wees goed voor jullie broers en zussen.

Onder jullie zijn er kinderen die zullen lijden, onder jullie zijn er kinderen die zullen sterven. Mijn Zoon, mijn welbeminde God van liefde, zal zijn Passie voelen tot op het einde uit liefde voor jullie, want Hij zal de kinderen van het neen blijven dragen tot het einde.

            Bemin mijn Zoon, aanbid mijn Kind.

            Wees nederig voor de grootheid van Gods liefde.

            Wees gehoorzaam aan de geboden van God de Vader.

            Volg de onderrichtingen van mijn Zoon goed, dat is voor jullie een levensregel.

            Kijk niet naar de anderen met wat jullie zelf zijn.

 

Mijn Zoon zal in jullie werken om al jullie ongerechtigheden te herstellen.

Hoe meer jullie plaats voor Hem zullen maken, hoe meer vrede jullie innerlijke zullen kennen. Mijn kinderen, jullie Moeder is bij jullie; rondom jullie zijn vele engelen in jullie aanwezigheid; de heiligen in de hemel houden niet op voor elk van jullie ten beste te spreken.

Wees nederig, wees klein, jullie zijn allemaal mijn kleine kinderen; mijn Hart heeft zich laten verwonden door een zwaard uit liefde voor jullie.

De Moeder van God vraagt jullie elkaar te beminnen.

Wees geduldig, mijn kinderen, want ziedaar de tijd waarop jullie wachten, maar voorafgaand  zijn er bewegingen die voor jullie onbekend zijn en die zich moeten manifesteren, want mijn Zoon heeft alles voor jullie bereid.

Hij is het Woord en hij doet de Wil van zijn Vader.

Aanvaard de Hemelse genaden.

Zij zijn voor jullie en voor hen die jullie in jullie dragen.

Mijn lieve kinderen, ontvang de zegen door mijn priester, diegene die mijn Zoon heeft gezonden.

Genaden van licht worden jullie geschonken, vele kinderen zullen genezen zijn.

De genade van God gaat alles te boven wat jullie kunnen zien en bevatten.

 

Zegen van de priester.