Liefdesontmoeting met het handelen van God

te Longueuil, Québec,

door zijn instrument, de Dochter van het Ja aan Jezus

 

8 oktober 2003
 

Jezus: Ik ben de Liefde, Ik spreek door dit kind voor elkeen van jullie, voor hen die jullie in je dragen.

Deze wereld zal momenten van liefde kennen, deze wereld kent momenten van droefheid, deze wereld kent momenten van zuivering, deze wereld (de kinderen) kent momenten waarop zij zullen moeten erkennen dat zij kinderen van God zijn om de liefde te kennen. Ik richt mij tot ieder van jullie.

Ik spreek in jullie, in het bijzonder voor eenieder van jullie die hier samenzijn in aanwezigheid van de stem van God.

Ik ben het Woord, Ik volbreng de Wil van mijn Vader.

De woorden die jullie horen, zijn woorden die gehoord worden in dit kind; zij spreekt door ons, zij handelt door ons.

Wij zijn het, de Liefdeswil, die voor jullie deze woorden willen.

Zij werd omhuld door de Geest van liefde; zij is niet meer in haar wil, zij is in de Goddelijke Wil. Jullie komen voort uit de Goddelijke Wil, mijn geliefden, jullie moeten je in mij voltooien, in mij het Woord: Ik ben het Handelen van de Vader.

Deze tijden zijn tijden van genade, tijden van liefde.

Jullie moeten je realiseren dat jullie een tijd van ontdekking beleven: jullie zullen  jullie binnenste ontdekken, jullie zullen ontdekken wie jullie van binnen zijn.

De kinderen buiten deze muren zijn op zoek naar iets wat hen gelukkig zou kunnen maken; door middel van geld verschaffen zij zich materiële goederen; door middel van muziek genieten zij momenten van plezier;  door middel van spelen willen zij spannende sensaties beleven die hen een zekere graad van vreugde schenken.

Ik, de Liefde ben in hen, Ik wacht tot zij zich aan mij overleveren, tot zij ontdekken dat zij bewoond worden door de Liefde die hen gelukkig zal maken.

Jullie die deze woorden horen, jullie die getuigen zijn van het handelen van de Zoon van God, jullie leren het om jullie over te leveren, jullie leren om mijn genaden van liefde te ontvangen die van jullie kinderen van de Goddelijke Wil maken.

Ik wil mijn kinderen buiten bereiken, dat zal niet zonder kracht of stoot gebeuren.

Ik spreek tot jullie, Ik richt mij tot eenieder van jullie naargelang jullie mogelijkheden.

Ieder van jullie heeft genaden van liefde ontvangen, genaden van licht.

Deze genaden helpen jullie mijn boodschappen te begrijpen en helpen jullie in te zien dat deze tijd van genade uniek is.

Jullie hebben in jullie de Wil van God binnengelaten door ja te zeggen aan de Liefde: jullie hebben God jullie laten omvormen.

Dat alles is geschied door mij, Jezus, niet door jullie, want jullie zouden deze momenten van vreugde niet kunnen kennen hebben, deze momenten van ontdekking (inzicht).

Hoevelen onder jullie hebben het gebed ontdekt terwijl zij zich bemind voelden!  

Dat is het gebed van het hart, dat is overgave,

het is God willen behagen, Hem willen geven wat het mooist is in jullie: jullie leven, dat wat Ik jullie gegeven heb, dat wat Ik voor jullie verdiend heb.

 

Door mij hebben jullie ontvangen en door mij zullen jullie nog ontvangen.

Mijn kinderen, jullie gaan zo’n grote momenten van liefde beleven! Sommigen onder jullie kennen er nu al, zij kunnen het zelfs niet uitleggen aan anderen, omdat zij weten dat die anderen het niet kunnen begrijpen: het is uniek voor eenieder.

Anderen kunnen wel mooi luisteren, er zelfs genietend van proeven, maar zij kunnen niet alles bevatten, want alles gebeurt in jullie binnenste:

voor mij jullie zijn uniek.

Ik heb dit kind genomen en het omgevormd in een kind van de Goddelijke Wil opdat zij zou kunnen beantwoorden aan mijn vraag van liefde voor jullie, voor elkeen van jullie, en Ik wil hetzelfde doen met eenieder van jullie voor jullie broers en zussen.

 

Ik ben Diegene die geeft, Ik ben Diegene die allen in liefde wil.

Ik wil jullie leren elkaar te beminnen met mijn liefde, niet met jullie liefde, Ik wil dat jullie elkaar beminnen met mijn liefde.

Die welke jullie kennen moet gezuiverd worden, moet door jullie zelf gekend worden, want die liefde, mijn kinderen, werd verwaarloosd, werd vergeten.

Zij was steeds in jullie aanwezig! Ik wil jullie je innerlijk leren kennen en het is op elk moment van jullie leven, hier nu, dat jullie je leren kennen: elke dag leren jullie iets bij; elke dag laten jullie je omvormen door de vreugde; jullie gaan inzien dat het goed is om zich te geven met een glimlach, met een lied, met tedere gebaren.

In het lijden leren jullie je aan God te geven, jullie leren te vragen, jullie leren je leven met wat jullie voelen te offeren in het vertrouwen dat God jullie op elke moment draagt.

Mijn kinderen, het lijden is genade voor hem of haar die het ontvangt, voor hem of haar die het offert. Het lijden is niets pejoratiefs, het doet groeien, het leert jullie te stralen ondanks de pijn.  Mijn geliefden, Ik bemin jullie.

 

Jullie leren ook te groeien terwijl jullie werken: wanneer jullie met de handen een liefdesbeweging maken voor de anderen, dan groeien jullie, want als jullie werken, doen jullie dat niet voor jezelf, jullie werken voor hen die met jullie zijn, die rondom jullie zijn; het werk is geven, is iets inbrengen, is iets voor de anderen volbrengen: daar is dan een liefdesbeweging!  Jullie leren ook in de rust, mijn kinderen: als jullie je komen overgeven in God, wanneer jullie alles aan God komen geven, jullie lichaam, jullie gedachten, heel jullie wezen in volle overgave, met de vrede in jullie: dan rust God in jullie, Hij is tevreden met de  plaats die jullie hem laten.

Elke beweging in jullie leven komt van God, niet van jullie.

Alles wat liefdesbeweging is, is van mij, Ik heb de Wil van mijn Vader volbracht door jullie in mij op te nemen, door al jullie handelingen van verleden, heden en toekomst te volbrengen.

Elke handeling is in mij, Jezus het Woord, en wanneer jullie beseffen dat jullie in mij zijn, voltooien jullie je in de Goddelijke Wil, jullie voltooien je in de Liefde, in het Woord, voor de Wil van mijn Vader:

alles is voor Gods wil.

God wil jullie gelukkig maken, God wil dat jullie jezelf kennen, in jullie binnenste.

Hoeveel jaren hebben jullie handelingen verricht zonder te weten dat jullie in mij waren, zonder te weten dat alles wat jullie deden voor de Liefde was, voor jullie zelf, voor jullie broers en zussen, voor God?

 

Ziehier tijden aanbreken waarin jullie alles moeten volbrengen en wel volstrekt terecht.

Ja, mijn kinderen, alles wat jullie zullen doen, zal voor jullie eeuwig leven zijn, zal zijn voor allen die jullie in je dragen. Jullie zijn met elkaar verbonden in mij, Jezus, door mij Jezus, en  alles wat jullie doen zal de anderen ten goede komen.

Jullie zijn een liefdesbeweging, jullie zijn de Wil van mijn Vader omdat Ik het ben die in jullie leef: jullie zullen in mij sterven door jullie ja aan de Liefde.

Ieder van jullie hier aanwezig heeft zijn ja uitgesproken, heeft aan God zijn leven gegeven: jullie zijn beweging in mij, jullie voltooien je in de liefde.

Een nieuwe tijd heeft zich aan jullie vertoont en jullie hebben aan die tijd van liefde geantwoord zeggende: “Ja, ik aanvaard te sterven om te leven.”

Jullie zijn levende wezens, jullie zijn het leven in het Leven, want Ik ben het Leven.

O! geliefden, jullie zitten in een school van liefde.

Als jullie binnendringen in het inwendige van die school, leren jullie kennen wie jullie zijn, leren jullie kennen wie jullie broers en zussen zijn.

Ik spreek in de harten, Ik handel in de harten: jullie zijn liefdesbeweging.

Deze tijd die jullie kennen is een tijd die jullie meeneemt om een andere tijd te kennen: die van de grote bevrijding, die van de grote vrijheid van liefde.

Mijn kinderen, jullie gaan vrij zijn!

Geen kwaad zal nog in jullie binnenste wonen, geen tegenstrijdigheid meer tussen wat jullie moeten doen en niet doen.

Jullie gaan ontdekken dat overgave een vreugde is die jullie toont dat jullie levende wezens zijn, levend in mij, Jezus, en wanneer jullie het woord ‘levend’ gaan uitspreken, gaan jullie weten dat het voor de eeuwigheid is, al vanaf dit ogenblik op aarde.

Wanneer jullie een ja van overgave uitspreken, wordt dat ja handelend: het zal jullie doen vooruitgaan. Jullie kunnen niet meer achteruit, mijn kinderen, want de Heilige Geest heeft jullie genomen, Hij heeft jullie bedekt, Hij heeft jullie omhuld met een beweging en die beweging kan niet meer stoppen:

zij is voor jullie begonnen en zij maakt van jullie kinderen van de Goddelijke Wil.

 

Geliefden, Ik bemin jullie, Ik roep in eenieder van jullie deze liefdeswoorden:

“Geliefde, jij bent van mij, jij behoort alleen jouw God toe, jij bent niet meer van deze wereld, jij hebt neen gezegd tegen deze koude wereld, jij hebt ja gezegd tegen mijn Vader, want toen jij ja gezegd hebt tegen de Liefde, heb jij ja gezegd tegen de Zoon en de Zoon heeft jouw ja in zijn ja gelegd en heeft het zijn Vader aangeboden en mijn Vader heeft het genomen, Hij heeft het ontvangen en Hij heeft van jou een kind van de Goddelijke Wil gemaakt.

Jij bent alleen van mij, jij ontdekt dat de overgave een vreugde is, jij ontdekt dat elk ogenblik een stap is die jou verder verwijdert van deze liefdeloze wereld: zij laat jou binnengaan in mijn wereld van liefde.

Je kan niet meer achteruit, je hebt de smaak van de liefde geproefd, van de tederheid van de Vader, in al jouw kleinheid heb je geproefd van de liefde van mijn Moeder.

Ik heb die bewegingen in jou gemaakt.

Jij zou dat niet hebben gekund, jij bent veel te klein, Ik heb alles in jou genomen en elk moment heb Ik jou doen vorderen.

Je ziet hoe eenvoudig het is in mijn Wil te zijn! Je ziet hoe goed het is te sterven in Jezus! Je hoeft niet meer bang te zijn; je laat jouw gebrek aan geloof achter je, want nu geloof je.

Ja, je gelooft dat Jezus jouw leven genomen heeft.

Je bent bereid alles aan mij over te leveren en dat komt niet van jou, dat komt van mij die jouw geloof gevoed heeft in mij.

Ik geef jou woorden van liefde, zij zijn voor jou in het bijzonder: jij bent uniek, jij bent in mij.

De Liefde heeft zich op het Kruis voor jou gegeven, zij heeft haar Kostbaar Bloed over jou doen stromen om je te bedekken, zij heeft jou gezuiverd van je zonden.

Ik kende jouw zonden en Ik heb ze gewassen in mijn Bloed.

Ik ben Jezus, Ik ben aanwezig; jij hebt mijn Lichaam genomen, jij hebt mijn Bloed gedronken: zie je hoezeer jij een kind van God bent? Er is op aarde geen mooier moment dan dat.

Als Ik jou kom omvormen met mijn genaden van liefde dan straalt heel jouw binnenste! Je ziel ontvangt van haar Bruidegom liefdesgeschenken; zij laat zich omhullen met een lijkwade, diegene die mijn Lichaam bedekt heeft, want die lijkwade heeft God aangeraakt en God heeft jou aangeraakt.

Hij heeft jou in zich genomen en Hij heeft jouw door de zonden veroorzaakte wonden verzorgd. Nu breekt de tijd aan waarin jij je moet bevrijden van jouw verleden, van alles wat je heeft kunnen verwijderen van de Liefde.

Spring in de Liefde, kom proeven van de Liefde, kom genieten; deze woorden zijn voor jou, zij zijn in jou. Op geen enkel ogenblik van je leven, zal jij ooit deze woorden vergeten die je gehoord hebt, want zij zijn uit jou naar buiten gekomen om te weerklinken in je oren:

Ik ben het Woord en God de Vader heeft het zo bepaald.”

 

Deze tijden doen jullie het handelen van het Woord kennen,

deze tijden doen jullie zien dat God steeds bij jullie is.

Toen Ik de wereld schiep, toen Ik zijn inhoud schiep, toen Ik de man en de vrouw schiep, was Ik aanwezig en Ik ben nog steeds aanwezig.

Ondanks het feit dat de wereld mijn aanwezigheid loochent, ondanks het feit dat deze wereld weigert zich te erkennen als schepsels van God,

zal Ik mijn Wil doen kennen door mijn uitverkorenen.

Als er een kind is dat zegt de Wil van God niet te willen doen, God niet te willen erkennen: verloochent het zichzelf, want wie God verloochent, verloochent zichzelf.

Deze uiterlijke wereld heeft elk van jullie nodig.

Jullie zullen getuigen zijn van Gods liefde op elk moment van jullie leven om zo door jullie eigen houding te getuigen van Gods’ handelen;  zo vroeg Ik ook aan Jonas om de mensen van Nineve te verwittigen,

en zo vraag Ik jullie getuigen te zijn van Gods’ handelen om deze wereld te redden.

Jullie, mijn kinderen, moeten in een tijd van liefde, zelf beweging van de Wil van God zijn voor mijn kinderen die in zich het ja aan de Liefde dragen.

Deze kinderen zijn onbekenden voor zichzelf; deze kinderen herkennen zichzelf niet als zijnde kinderen van de Goddelijke Wil.

En jullie, doe mijn Wil: oordeel mijn kinderen niet van buitenaf, Ik alleen ken ze.

Als zij  jullie toeschijnen kinderen te zijn die Gods liefde weigeren, vraag Ik jullie hen niet te oordelen, noch om meningen uit te brengen, zelfs niet de kleinste, zelfs niet voorbijgaande:

Ik vraag jullie hen te beminnen zoals zij zijn, want jullie kennen het handelen van God, jullie hebben het handelen van God gezien, jullie voelen het handelen van God; zij zijn het vergeten, want Ik ben de Aanwezigheid, Ik ben er altijd voor hen geweest.

 

Geliefden, deze tijden zijn moeilijk,

deze tijden zijn verstoord door een wereld van ontkenning.

Vele kinderen handelen tegen God, tegen jullie: zij willen mij niet meer; zij weigeren de Liefde volledig, zij willen zich niet meer herkennen als zijnde in God, voor God, met God, en zij doen mijn kinderen lijden: diegenen die onwetend ja’s in zich dragen.

Jullie, jullie voelen elke dag een vrede die groeit:

jullie zijn in de Liefdesbeweging.

Het kwade kan jullie niet meer treffen; als het naderbij komt, weten jullie het te herkennen, jullie weten het op te sporen want jullie hebben het licht in jullie.

Maar mijn kinderen die buiten zijn en die een voor hen onbekend ja in zich dragen, zij zijn bevreesd; zij zijn helemaal van slag bij wat zij horen, bij wat zij zien.

Jullie moeten hen ondersteunen met geduld, met liefde, met begrip.

Laat het aan God over wat jullie in hen zien en wat jullie onzeker maakt betreffende hun “ja”;

Ik ken allen die in zich een ja dragen: Ik ken ze allen, jullie niet.

Als jullie een kind oordelen dat een ja in zich draagt, schaden jullie het.

Men moet het dragen.

Ach! mijn geliefden, Ik bemin jullie zozeer en Ik bemin hen zozeer, en Ik bemin ook de kinderen die mij verloochenen, die mij vervloeken, Ik draag hen nog in mij.

Zolang er kinderen op aarde zullen zijn, zolang er nog kinderen samen zullen zijn met jullie, in jullie aanwezigheid, zelfs als hebben zij geheel geweigerd om in mij te komen (af)sterven, Ik kan niet stoppen met hen te beminnen.

 

Ik heb mijn Leven gegeven.

Ik heb mijn Bloed laten vloeien over al mijn kinderen, zelfs al wetende dat zij niet zouden profiteren van mijn liefdesgave.

Ik heb het gedaan omdat Ik de Liefde ben. Jullie dragen in je die kinderen omdat Ik in jullie ben et daar Ik in jullie ben, draag Ik hen. Ik ondersteun jullie met mijn liefde.

Weten jullie dat indien mijn liefde niet barmhartig zou zijn, niet oneindig zou zijn, dat jullie, mijn kinderen, momenten van smart zouden kennen die zo groot zouden zijn dat jullie geen vreugde zouden kennen, noch de genade om sterk te zijn bij ziekte, noch de kracht om te werken; jullie zouden geen rust kunnen kennen…

of de liefde

Ik ben het, die met mijn liefde, jullie steun, want Ik wil jullie helemaal liefde, zelfs voor hen.

Blijf hen beminnen, mijn kinderen, blijf de vijanden van God beminnen.

Ik vraag jullie, wees zoals jullie God, wees overgave.

Enkel zo zullen jullie verdergaan jullie liefdesomvorming te kennen.

De vrede is in jullie, zij kan niet uitdoven, want jullie hebben begrepen dat de liefde is: zichzelf geven, ervan houden te geven, ervan houden jezelf te offeren, ervan houden zich over te leveren, ervan houden te sterven in mij, Jezus.

Alleen Ik heb zo tot jullie kunnen spreken.

 

Ik ben het Geluk, Ik ben jullie Vreugde, Ik ben het Leven, het eeuwig Leven.

Jullie zijn levend, Ik geef jullie liefde, Ik geef jullie genaden van liefde, Ik bedek jullie, mijn kinderen, opdat jullie in een eeuwige, onophoudelijke beweging zouden zijn voor jullie broers en zussen, want zoals Ik mij gegeven heb, zo geven jullie je.

Jullie zijn niet meer in jullie wezen dat niet weet hoe te beminnen, jullie zijn nu in jullie wezen van liefde, overgeleverd in de liefde, helemaal in mij, Jezus.

Ik open jullie binnenste wagenwijd voor het licht dat uit jullie zal komen voor hen die niet zien.

Ik bemin jullie allen.

Moge de vrede in eenieder van jullie zijn, moge zij neerdalen op jullie broers en zussen

door de gewijde handen van mijn priesters.

In alles, door alles en met alles: wees alles wat God van jullie verwacht;

Amen.

 

De Dochter van het Ja aan Jezus in de Heilige Geest: de woorden die ik vanavond zal uitspreken zullen gevoed zijn door de Heilige Geest, het zullen woorden van liefde zijn: God wil dat ik over de liefde spreek.

De liefde is in ons, wij dragen allen in ons de liefde.

Sinds drie jaar, heb ik nog nooit zoveel het woord liefde uitgesproken dan sinds die tijd.

Het is in mijn leven, het maakt deel uit van mij, maar voordat het deel uitmaakte van mij, heb ik het geschreven, Hij deed het mij schrijven.

Ik zeg drie jaar omdat ik voordien niet verstond wat liefde was, ik wist niet dat ik liefde was.

Het was nodig dat ik het schreef, maar ik begreep het niet terstond; zelfs als ik schreef, kwam ik er niet toe het te beleven:

het schrijven en het beleven, zijn twee (verschillende) zaken

Men moet zich door de liefde laten doordringen en dat kan men niet uit zichzelf doen, alleen God kan van ons wezens van liefde maken.

Hoe gebeurt dat? Wel, ik weet het niet, al wat ik wist was mij over te leveren; Hij doet alles, Hij verandert mij; ik heb die drie jaren niets gedaan.

Juist deze week zei ik tegen mijn vriend Marcel: “Marcel, het is goed hé niets te doen, wij doen  niets!”

En nochtans hebben wij gewerkt met de hamer, schroeven vastgemaakt, gezaagd, allerlei soorten zaken! En nochtans, ik herhaal het, doen wij niets: dat is wat zo buitengewoon is in God, het is het niets doen.

Oh! Men voelt: na een dag zwaar werk voelt men de vermoeidheid; soms hadden wij dagen van 12 en 15 uren werk en dat zes dagen per week, maar elke dag gebeurde er wel iets, God omhulde ons, en als wij soms om drie of vijf uur wakker werden, wel, dan waren wij  omgevormd, wij voelden de vermoeidheid niet meer! Zoiets kan men niet uit zichzelf bekomen, alleen God kan dat doen, omdat God liefde is, en aangezien ook wij liefde zijn, laten wij ons  zoals een vloeipapier doordrenken met God. Daarin heeft men zelf niets te doen want als men iets doet, voelt men de vermoeidheid, is men uitgeput en Jezus handelt niet:

 

Hij kan het niet doen, Hij wacht, Hij wacht op onze totale overgave.

Dus, als ik ’s avonds ga slapen met al mijn spierpijnen…, want die heb ik, hier, want als men zo’n werk doet de hele dag! wel! dan geef ik alles helemaal aan de Heer, en dan weet ik dat Hij iets doet, ik ben ervan overtuigd! Ik hoef mij geen zorgen te maken, Hij weet het en geloof mij, Hij handelt!

Hij doet het, Hij geeft ons de vrede.

….

Ja, Jezus is machtig, Hij zegt het mij.

Hij spreekt mij over zijn macht, Hij spreekt mij over zijn grootsheid, Hij spreekt er niet alleen over, Hij handelt.

Als Hij dat voor mij doet, doet Hij dat ook voor anderen.

Velen hier ontvangen van Godswege, men kan spreken van charisma’s; ik wist niet wat dat wilde zeggen charisma’s, maar charisma’s zijn gaven, gaven van God, wanneer men die heeft, dan stopt dat niet, dat vermenigvuldigt zich want dat is wat Jezus mij, drie jaar geleden, heeft gezegd.

Hij heeft het ook aan anderen gezegd, ik wist dat niet, maar ik spreek voor mezelf, Hij zei dat er anderen waren die zich lieten omvormen, dat zij op de school van de liefde zaten zoals ik, dat zij zouden horen, dat zij dingen zouden zien, dat zij dingen zouden voelen.

Wel! het is waar! Er zijn er! Wel er zijn er veel meer dan jullie denken, en Jezus zegt dat dit nog maar het begin is, want het gaat om een einde:

het einde van een tijd en het begin van een andere.

Wij gaan over naar een wereld van liefde en men begint het te beleven, te voelen, ik ben niet de enige, er zijn er velen: dat is de liefde.

Men begint zijn broers en zussen te beminnen, onze kinderen te nemen zoals ze zijn, zonder te proberen hen te veranderen, maar hen te aanvaarden, en hen dan aan God te geven.

Dat ontwikkelt zich en men leert steeds meer: dat heb ik allemaal neergeschreven.

Al die boeken daar die men verbetert, daarin heeft Hij alles geschreven, Jezus, maar zachtjesaan ontvouwt Hij deze  of gene paragraaf, net alsof, geven wij het toe, net alsof Hij samen met ons leeft. Wij groeien, wij ook; dan gaat Hij nog een stapje verder, Hij voelt dat wij klaar zijn om meer te begrijpen.

Hij zegt ons mooie dingen, Hij laat ons wonderen ontdekken! Ik heb veel geleerd uit wat ik geschreven heb.

Ik weet niet wat in de andere boekengeschreven staat, want de Heer verbiedt mij die te lezen.

Hij heeft zelfs vrienden die mij soms (daarover) komen spreken, doen stoppen, Hij zegt hun er niet over te spreken. Waarom? Omdat wanneer Hij spreekt, Hij niet wil dat ik zou twijfelen aan wat Hij mij zegt, want, geef toe, als Hij mij dan later iets zou zeggen, dan zou ik kunnen opperen: “Ah! Wel, misschien is het mijn verbeelding omdat ik dat ergens in die boeken gelezen heb… ik weet niet, van een boodschapper, van een andere boodschapper”: zie, dan zou ik beginnen twijfelen aan wat God mij wil zeggen.

Daarom is het dat Hij niet wil dat ik lees, Hij wil ook niet dat ik naar TV luister noch kranten lees,wat dan ook, Hij wil dat ik alleen naar hem luister.

En soms overkomt mij iets, dat ik dan vertel, welnu, het gebeurde in dezelfde week en ik wist het niet.

Of iets dat ik zie, want sinds enkele weken, meer dan een maand, laat Hij mij dingen zien.

Ik zie mensen en wat Hij mij laat zien, gebeurt of is gebeurd.

Het zijn onderrichtingen die Hij mij geeft en, weten jullie, Hij laat mij dingen zien die zullen gebeuren, Hij laat mij ook dingen waarnemen in het binnenste van onze broers en zussen van wat zij doormaken en dat is veelal lijden, enorm veel lijden!

 

Men kent zichzelf niet, men weet niet wie men is, wij kennen onze broers en zussen niet.

Het is ongelooflijk! Jezus is bezig ons te tonen wie wij zijn binnen in ons zelf en dat gaat nog veel verder, Hij toont ons bewegingen die gebeurd zijn vanaf onze schepping en Hij doet het allemaal opschrijven.

Als ik die woorden opschrijf, schrijf ik ze en ontvang ik genaden om ze te begrijpen, ik ontvang ook inzichten om mij van dit of dat bewust te maken, soms kan ik een geschrift herlezen of bekijken dat misschien enkele maanden, zelfs enkele jaren oud is, bv. van 2001, en dan schenkt  Hij mij inzichten, geeft Hij mij verlichting om dat woord of dat iets, of die zin te begrijpen.

En hoe komt het dat ik dat niet eerder gezien had? Wel! omdat het toen niet het juiste moment was, dat moment kwam later.

 

God beheerst dat alles, en dat is het moment om God ons te laten ontwikkelen:

dat is het moment.

Men begint te begrijpen waarom men zo of zo handelt, waarom onze broers en zussen op een andere manier handelen.

Als Hij ons ons binnenste wil doen kennen, dan wil Hij ons iets laten begrijpen.

Wij moeten Hem alles geven wat ons schrik aanjaagt in ons binnenste.

Wij leren inzien dat onze zonden ons ertoe gebracht hebben bepaalde daden te stellen, dat onze zonden ons ertoe gebracht hebben onszelf te vernietigen.

Indien men dat vroeger zou ontdekt hebben, zou men niet klaar geweest zijn, waarom? Omdat men niet liefde was, men beminde zichzelf niet voldoende.

En hoe meer men liefde is, hoe meer men leert ja te zeggen! Het is waar dat ik zo ben, ’t is waar dat mijn broer zo is, maar ik bemin hem en ik bemin mij omdat God mij bemint, en God is liefde.

 

Er gebeurt iets rondom ons, liefdesbewegingen doen zich kennen.

Dit is het moment zichzelf te ontdekken, het moment om zich te tonen zoals men is, zich niet meer te schamen voor wat men gedaan heeft want God bemint ons en wanneer iemand nog geen liefde is en ons ziet handelen, en hij het niet met ons eens is, wel! nu wij weten dat wij onszelf (mogen) liefhebben en dat God ons bemint, hoeven wij ons geen zorgen meer te maken: wij bezitten de vrede, wij zijn liefde, wij ontdekken!

Het is een openbaring.

Wij boeken vooruitgang, wij gaan de Nieuwe Aarde binnen:

Jezus is de Nieuwe Aarde.

Hij kwam ter wereld met een menselijk lichaam.

Dat lichaam, is materie, dat lichaam is het geheel van wat men is: Hij is de Kerk, Hij is het Alles.

Jezus is de materie, Hij heeft de materie genomen.

Hij was de enige die dat doen kon omdat Hij God was.

Er was een mens nodig om alle mensen te bevatten teneinde alles te nemen: allen te nemen in hem en alles te zuiveren van alle onvolmaaktheid.

Alleen de Zoon van God kon dat doen!

Jezus is het Alles.

Men verwacht een Nieuwe Aarde, maar Jezus is de Nieuwe Aarde, Hij is het! Men moet in Jezus binnengaan, men moet in Jezus putten, men moet in Jezus gaan sterven, men moet zich in Jezus vestigen: Hij is de Weg.

Wij moeten vooruitgaan en Hij zelf is het, Jezus, die ons in Zich trekt:

Hij is de Nieuwe Aarde.

Jezus is op aarde gekomen om al onze zonden te nemen.

Jezus is het volmaakt Wezen, het ultieme Wezen van God om deze wereld te komen veranderen die door zijn Vader geschapen werd, die wereld die neen heeft gezegd, die ongehoorzaam was aan God, die wilde leven in zijn menselijke wil, in zijn ik, en weigerde te leven in God.

En zo heeft God ons laten leven in onze menselijke wil.

Wij hebben geleefd en onze eigen wereld gemaakt, een aarde van ons, en ons eigenaars gemaakt van zijn schepping en bij die toeëigening, met de tijd,  zijn wij dieven geworden: men heeft genomen wat van God was en het zich toegeëigend.

Men heeft God niet gevraagd: men heeft genomen.

Met hoogmoed zijn wij op deze aarde verder gegaan, vergeten wij niet dat wij alle kinderen van de wereld in ons dragen.

Wij komen van onze eerste ouders, wij komen van God,

wij zijn kinderen van God, maar wij hebben afstand gedaan van dat alles.

Wij hebben in ons de zonde gedragen, wij hebben van deze aarde onze aarde gemaakt; met onze hoogmoed hebben wij deze aarde bedorven: kijk wat wij gedaan hebben! En Jezus heeft medelijden met ons gehad! Hij is op aarde gekomen, Hij heeft ons allen genomen en Hij wil dat wij in hem zouden sterven, Hij wil dat wij afstand doen van onze menselijke wil om te leven in de Goddelijke Wil en dan, zullen wij leven in Jezus.

 

Alles zal ons anders toeschijnen.

Nu reeds, lijkt ons alles anders.

Waarom zijn wij vredig in ons? Waarom beginnen wij onze broers en zussen lief te hebben ondanks het feit dat hun spreken tegen ons is, ondanks het feit dat zij ons negeren?

Wij beminnen hen omdat wij beeld van Jezus worden, naar zijn gelijkenis: wij aanvaarden elke dag in Jezus te sterven.

Hij verandert ons en dan zal men proeven; men zal proeven van alles wat God de Vader gegeven heeft voor zijn Zoon. Wanneer Hij op de wereld is gekomen, heeft de Vader gezegd: “Ziehier mij welbeminde Zoon in wie Ik al mijn welbehagen heb gesteld, luister naar hem.”

Door die woorden, laat God de Vader ons inzien dat het in de Zoon is dat wij ons gaan voeden, het is in de Zoon dat wij ons gaan laten omvormen om te proeven van alles wat Hij van de Vader ontvangen heeft; alleen in Hem.

Men zoekt een Nieuwe Aarde, men verwacht een Nieuw Aarde, men wil, wij willen een wereld waar alles wonderlijk zal zijn!

Maar, het is in Jezus dat wij dat allemaal zullen vinden, in Hem!

Sluit jullie ogen en lever jullie over, jullie zullen de Hemel in jullie zien; jullie zullen iets wonderlijks aanschouwen: de Aanwezigheid van God.

En wanneer men Gods Aanwezigheid ziet en voelt, wat wil men dan nog anders? Hij geeft ons alles: genieting en eensgezindheid, harmonie.

Alles wat men zich kan voorstellen, heeft Jezus, het is in ons! Jezus wil ons omvormen in kinderen van de Goddelijke Wil, maar dat alles is in  ons!

 

Het is in Jezus!

Men gaat in Jezus leven, men gaat alles in Jezus doen: er is niets mooiers! Het is langzaamaan dat Hij ons in hem laat binnengaan.

Maar men mag niet vergeten dat er een tijd zal komen van grote, grote zuivering waarbij alle kinderen op aarde in zichzelf zullen binnengaan, het is de Heilige Geest die dat zal bewerkstelligen.

Hij spreekt erover, Hij spreekt er al verscheidene jaren over en Hij laat het mij neerschrijven.

Wanneer Hij zei “Nieuwe Aarde”, dacht ik dat het een aarde was, een andere aarde die zou verschijnen.

Maar het is deze aarde, de schepping van God! God heeft de aarde geschapen!

Gaat Hij er een tweede scheppen? Was de eerste niet volmaakt? Zij was zonder gebrek.

Wij hebben haar vervuild, wij hebben van zijn aarde een vuilnisbelt gemaakt, wij! Maar de aarde, die is van God, wij, wij zijn kinderen van God.

Door zich te laten zuiveren, wel! wordt men opnieuw wat men moest geweest zijn: kinderen van de Goddelijke Wil.

Zullen wij, als kinderen van de Goddelijke wil, de aarde bekijken zoals wij haar nu zien?

Zij zal ons heel anders verschijnen: men zal er zorg voor dragen,

men zal alles in God willen doen.

Al wat onze naaste zou kunnen schaden, zal men niet meer doen; al wat Gods schepping zou kunnen schaden, zal men niet meer doen, noch aan de dieren, niets, waarom? Omdat men liefde zal zijn.

Men begint zich door God te laten veranderen, maar er zal een tijd komen dat dit zal plaatsvinden in een impuls door de Heilige Geest, in één enkele beweging.

Dan, op dat moment, smaakt men, is men bezig te proeven wat men zal beleven.

… …

( De Dochter van het ja in Jezus vertelt hier dat zij op reis was met haar vriendin Nicole, bij vrienden – in voorbereiding op deze bijeenkomst.  Op een dag vroeg ze aan Jezus of ze die Nieuw e Aarde eens mocht zien. Tijdens die twaalf dagen dat ze daar verbleef ging ze elke dag biechten, en op de twaalfde dag mocht zij zien. Het was alles wonderlijk mooi, alles straalde, maar wat zij zag kwam uit haar binnenste…)

Maar dat, alles is in ons.

Hierin hebben wij niets te doen, het is Jezus.

Men moet sterven in Jezus, in de Zoon van God, want Hij is het: Hij is het die ons dat alles laat zien, Hij vormt ons om, Hij maakt van ons liefde.

Jezus is de Nieuwe Aarde.

Jezus, dat is eenieder van ons omdat Hij alles bevat, Hij heeft ons allen genomen; men moet in Jezus sterven om het eeuwig leven te hebben, Hij is het Leven.

… Gisteren was ik in gebed en toen keek ik naar het liefdeskruis, en ik zei tegen Jezus hoeveel ik van hem hield, ik zei: “Jezus, ik ben levend, ik ben levend”, en ik herhaalde het.

Toen ik dat zei, voelde ik dat ik levend was, ja, ik heb het gevoeld! Enkele jaren geleden, toen mijn man nog leefde, hield hij ervan mij mee te nemen naar de sluizen, om naar de boten te kijken en als ik dan op de kant wandelde, op de kade – de kade is groot, hé – daar zijn geen bomen, dan voelde ik.., het was niet immens, maar toch, zo deed het zich voor, ik voelde een vrijheid.

Ik zei tegen mijn man: “Ik voel mij vrij hier, ik voel mij goed”, en ik wist niet wat het was levend te zijn; dat heb ik gisteren gevoeld.

Ik zei tegen Hem: “Ik ben levend” en het is enkel in Jezus zijnde dat men kan zeggen “levend” omdat ik wist dat ik levend was voor de eeuwigheid: ik mocht het zeggen.

Ja, indien men aanvaardt in Jezus te sterven, kan men zeggen:

“Ik ben levend, ik ben levend!” want het is alsof het woord in ons handelend wordt.

Wanneer men zegt: “Ik leef, ik ben levend”, wie zegt jou, dat jij binnen een week God niet zal verloochenen door, ik weet niet, bv. overspel of door je naaste te belasteren, dat is zonde, hé?

Dus er is altijd een risico het leven niet te hebben.

Zien jullie, wij leven ons leven zonder te weten of wij het eeuwig leven zullen hebben omdat wij een keuze te maken hebben in ons zelf: een ja of een neen. Maar daar wij het kwaad in ons dragen, wees niet hoogmoedig, want men zal altijd bekoord worden door Satan om in het kwade te vallen; hij is zeer subtiel, hij gebruikt allerlei middelen.

Daarom ontdekte ik gisteren, in de overgave in Jezus om niet meer mijn eigen leven te leven en het hem te geven, dat ik levend ben.

Op het moment zelf, als Jezus mijn leven wil nemen, geef ik het Hem omdat het mij niet meer toebehoort: het is van Jezus, dat leven is niet meer van mij, het behoort mij niet meer toe, het behoort hem toe:

dat is het leven, dat is leven, het sterven in hem,

niet meer willen leven in een wereld zonder Jezus.

Daarom is het nodig naar de mis te gaan, te bidden, de sacramenten… zeer, zeer, zeer belangrijk de sacramenten! Men moet zich levend voelen.

 

Al deze woorden hebben slechts één doel:

ons laten kennen wat God van ons verwacht: zelfverloochening.

Lieve Germain, jij lijdt veel, weet je. Jij zou naar God willen gaan omdat deze aarde, voor jou, geen voelbare vreugde meer geeft; jij zou de vreugde willen voelen, haar willen smaken, jij zou het woord “liefde” willen lezen en het voelen.

Wel! Germain, zij is in jou! Dat je haar niet voelt in je heeft geen belang, want zij is in je, zij is in je die liefde, jij beleeft het.

Als jij je geeft aan God, als jij urenlang werkt voor God, door deze boeken te lezen om te zien of er geen fouten in staan, voedt jij je binnenste.

Het uitwendige heeft geen belang, alles is in je.

Jij proeft reeds van deze liefde, Germain, meer dan wij, weet je, omdat het uitwendige jou niets meer zegt, alleen God zegt jou nog iets omdat jij weet dat God het Leven is, dat Hij Eeuwig is, dat Hij de Machtige is en dat weet jij.

Wat doet het uitwendige ertoe, hé, Germain?  Nu, overal waar je zal gaan, zal het voor de eeuwigheid zijn.

 

Ieder van ons draagt de Liefde, draagt God.

Hij is de Essentie van ons leven, Hij wil ons nemen zoals wij zijn.

Wij die zo’n pijn hebben! Jij die lijdt, jij die sinds jaren pijn hebt en God vraagt om je van dit alles te bevrijden, maar diep in jezelf weet jij dat God je bemint en dat God jou kracht geeft ondanks alles, ondanks je pijnen en jij weet dat, hé? En jij weet dat jij wegens dat lijden, het eeuwig leven zal hebben.

Zie je, jij bent levend, daar in jouw lichaam dat pijn heeft.

Het is het Leven dat in jou roept, het is het Leven dat je verder stuwt.

Jij bent levend voor de eeuwigheid.

En jij, Monique, die zo’n pijn hebt, die zo kwetsbaar bent, God voedt jou.

Wat doet jouw kwetsbaarheid ertoe mits God zo van je houdt.

Ga verder kwetsbaar te zijn, God houdt ervan je te omhullen en je te laten proeven van het Leven dat in je is, want jij bent levend:

jij bent het leven.

En jij (Benoit) die alles geeft opdat Lieve Mama je zou omhullen, jij geeft je stem om de Wil van God te doen.

Als men jouw stem hoort, verlangt men zich met jou te verenigen, het is Jezus die dat doet, Jezus geeft jou deze gave van liefde,

dus, zie je, jij hebt reeds de Nieuwe Aarde:

jij proeft ervan.

Zo is ieder van ons, wij zijn kwetsbaar aan de buitenkant.

Wij hebben allemaal onze zwakheden, maar Jezus bemint ons zoals we zijn, zo laat Hij ons vooruitgaan in zijn Nieuwe Aarde in hem, Hij wil dat we in hem binnengaan zoals wij zijn.

Elke dag is een stap op de weg van de Liefde, de weg die ons naar het geluk leidt, het geluk op aarde.

God de Vader heeft ons een mooi gebed geleerd, het mooiste door zijn Zoon: het ‘Onze Vader’ en, in het ‘Onze Vader’, wil Hij dat wij het geluk op aarde kennen.

Als Hij wil dat men zijn Wil op aarde doet, wel! dan is dat omdat Hij wil dat wij gelukkig zouden zijn, want de Wil van God is de liefde, de Wil van God is het geluk.

Er is geen grotere liefde dan de liefde van de Vader voor ieder van ons, Hij heeft ons zijn Zoon gegeven.

Laten wij in zijn Zoon binnengaan, waar het Wonder der wonderen is,

er is niets, er bestaat geen enkel woord om zijn Zoon te beschrijven.

 

Herinner jullie toen Hij zei: “Als jullie in mijn Nieuwe aarde zullen zijn, zal dat zo mooi zijn dat zelfs indien Ik het jullie zou beschrijven, jullie het niet zouden kunnen begrijpen, want daarvoor bestaan op aarde geen woorden”.

Wie kan woorden vinden om de Zoon te beschrijven? Niemand, omdat de Zoon van God te volmaakt is: die woorden bestaan niet.

Dus, nodigt hij ons uit in hem binnen te komen, om in de Zoon te komen leven.

Zien jullie hoe gelukkig wij zullen zijn? Hoe wij de Liefde rondom ons zullen zien?

Voorafgaand aan dat alles, zullen wij onze zuivering moeten aanvaarden, dat weten jullie!

Elke dag laat God mij leven.

Hij laat mij leven, niet zonder lijden: ik ben er niet vrij van, ik ken ook de vermoeidheid.

Soms zie ik mijn kinderen, die het moeilijk hebben om het leven ongedwongen te bezien, maar als mama doet mij dat lijden en het doet jullie lijden, want jullie zijn ook ouders: maar dat behoort tot onze zuivering.

Anderen lijden meer: dat is hun zuivering; anderen lijden minder dan wij, wel! ook zij kennen hun zuivering.

Het is de tijd waarin God zijn genaden van liefde doet neerdalen.

Die genaden helpen ons om ons te laten zuiveren, die genaden helpen ook onze kinderen om zich te laten zuiveren zelfs al zijn ze er zich niet van bewust, wij steunen hen, wij geven hun ja in de Goddelijke Wil.

Hier in Québec zijn er mensen die ons spreken over de Goddelijke Wil.

Er is hier zelfs iemand vanavond, een goede vriend, Guy.

En Guy is in de Goddelijke Wil en hij lijdt.

Guy, jij weet dat jij hem (de Goddelijke Wil) moet beleven, jij lijdt veel, hé? Jij hebt een hele zuivering, Guy! Jij stond niet aan het goede altaar tijdens je jeugd? Maar God hield van je zoals je was, en zo is het dat Hij je kwam opzoeken en je weet, Hij heeft je niet geoordeeld omdat jij in een ander hotel zat dan het zijne, Hij is je komen opzoeken omdat Hij wist dat jij iemand was die zichzelf kon geven.

En dat doet Hij met ieder van ons: dat is wat wij nu meemaken.

En de boeken, ik zeg maar steeds de boeken, maar Hij zegt dat het maar om één boek gaat: Hij is bezig ons al onze kleine kantjes te laten ontdekken die wij zo moeilijk kunnen overwinnen.

Hij gaat tot in de details over wie wij zijn.

In volume 3 – jullie zullen dat zien - spreekt Hij over de liefde, het koppel, het sacrament van het huwelijk en jullie zullen merken dat het niet is wat men denkt.

Hij spreekt over de liefdesbeweging.

Wij, wij zouden zeggen over de seksuele relatie, maar God zegt “liefdesbeweging”.

Het is zo mooi zoals Hij het uitlegt, zo zuiver!

 

Het is eenvoudig, met God is alles eenvoudig.

Wij hebben alles ingewikkeld gemaakt, maar Hij is de eenvoud zelve.

Hij spreekt over de koppels die getrouwd zijn en de koppels die hun huwelijk verlaten hebben om iemand anders te leren kennen.

Hij spreekt over koppels die niet getrouwd zijn, maar samenwonen, en God beschuldigt hen niet, God bemint hen, God toont hen hoe zij liefde zijn in hun binnenste.

Hij spreekt over de liefde.

God is een voortdurende liefdesbeweging en jullie zullen ervan genieten, anderen ook.

Ik heb er drie maanden van genoten hé, Germain? Hé Monique, alles? Neen, Marcel, jij was niet bij de correcties. Francine; goedendag, Francine! Het zijn de mensen die de correcties doen van de boeken en er zijn ook priesters die ze lezen.

Ik stel jullie Francine Poirier voor, goedendag. Zij heeft zich achteraan geplaatst, men ziet haar nooit, zij maakt deel uit van ons.

Germain die jullie allemaal kennen; Monique en dan is er Jezus.

Weten jullie, van ons vieren, is er een die bijna niets doet, dat ben ik, o ja, want, hoe zal ik het zeggen,…. Ik luister, maar dat is alles! En ik doe niets omdat ik hoor! Wel, als iemand op school afschrijft, hoeveel punten geeft men die dan? Zero.

Dus als God mij punten wil geven, is het zero. Dan zijn er in de equipe nog andere mensen die zeer verdienstelijk zijn, zij helpen bij de afwerking van de boeken.

Zoals Claire; goedendag Claire! … En op het kaft staat ook nog: Marie-Josée.

En toen zij een boodschap van de Heer ontving, heeft de Heer haar alles voorgezegd. Hij zei niet: “Doe dit”, maar hij zei alles.

De negen koren der engelen: jullie zullen zien dat er negen schapen afgebeeld staan en dat zijn de negen engelenkoren. Hij sprak over de Heilige Geest: het licht; jullie zullen op het hoofd een licht zien, Hij sprak over dat alles en zij, zij heeft dat gezien en getekend. Zij maakt deel uit van onze equipe.

Er is ook nog André Couture. Goedendag André! André is de verspreider.

En ik mag zeker niet een heel belangrijk iemand vergeten die mij helpt om een zero te blijven: Pater Clément.

Er is ook Marcel.

Marcel is in de equipe, hij heeft als dusdanig niets met de boeken te maken, maar God heeft gezegd: “Ik ga liefdesontmoetingen tot stand brengen om mijn handelen aan te tonen; die ontmoetingen zullen de mensen laten zien dat Ik handelend ben en dat Ik het ben die schrijf”.

Daarom is het dat Hij mensen heeft gekozen.

Er is ook zijn echtgenote die hem heel de tijd vergezelt, er zijn er nog andere: Raymond, Nicole.

Wij hebben ook goede vrienden die ons helpen: Lorraine.

Wij hebben veel vrienden, hé dat weten jullie? En Jezus laat mij de hele tijd ook zeggen: “er zijn mijn kinderen”.

Want zonder de gebeden, zou niets geschieden: dus, ik heb veel.

Ik heb priesters die mijn kleine persoon op het altaar leggen. Dank u.

Er zijn ook al die biddende mensen: ik dank jullie allen en ja, het is waar, ik ging mijn kinderen vergeten.

Ik zeg dank aan mijn kinderen: het zijn mijn twee dochters. Zij wilden absoluut niet vooraan komen zitten want zij zeiden: “Wij willen echt niet dat zij ons zien”, ik ben niet fijn hé? Maar ik hou van jullie! En ja, zij steunen mij enorm, ik heb ook nog mijn zoon en mijn schoonzonen en schoondochter, mijn kleinkinderen.

Zij steunen mij want weten jullie, het is niet eenvoudig om iemand te hebben die geen vlees eet omdat de Heer haar dat vraagt, en zij weten niet meer wat te doen wanneer zij mij ontvangen, de mogelijkheden zijn beperkt, iemand die geen televisie meer kijkt; en die dagbladen die ik  onmiddellijk wegwerp, want ik kan het niet; mijn schoonzoon die bij mij inwoont, vindt dat zeer hard, maar daarin houdt hij mij goed in de gaten want ik leg die altijd klaar voor recyclage, maar hij verdraagt mij. En ik dank jullie zeer om getuigen te zijn van Gods handelen.

 

God is het die deze woorden in mij legt,

zonder God zou ik dat niet kunnen doen.

Ik wist helemaal niet wat ik zou zeggen. Als God spreekt, dan sta ik recht, en dan heb ik de ogen open en het komt

Weet je, dat komt vanzelf.

Nochtans vraagt het toch enige moeite van mijn kant om recht te staan… maar ik weet dat alles van de Heilige Geest komt.

Ja, want stel jullie voor, dat ik deze namiddag bezig was mijn venster te herstellen dat ²verrot was, en ik geen tijd had om te denken wat ik zou zeggen, want ik was pas klaar om vier uur.

Ik heb tegen de Heer gezegd: “Heer, je werd niet verondersteld mij te laten werken vandaag”. Beeld jullie in, dat het dan begon.

Wel, het is juist, Heer, ik zal de venster schoonmaken, de rijm, wel, geen rijm maar het is vol water: de wasem; dus een klein beetje, goed, o.k. , maar ik was nog niet in de andere kamer geweest; ah! Dat is gemakkelijk, ik zei dat het niet erg was, maar toen ik het hout beneden wegnam, was heel het chassis verrot, helemaal; een uur later, was ik nog niet klaar, maar om een uur was ik klaar. Ik zei: “Jij wilde dat voor mij hé, Heer, tot de laatste minuut? Ik die even wilde rusten; toen zei Hij: “Het is niet jouw avond, wel die van mij.”

Wat dat betreft, dat zegt de Heer dikwijls.

Maar ik denk dat er daarin iets was?

Het was om mij te zeggen: “Zie je, mijn dochter, tot op de laatste minuut, plaats Ik jou waar Ik je hebben wil”.

 

Zo is het dat Hij ons hebben wil, op de plaats waar wij moeten zijn.

Eenieder heeft zijn plaats, eenieder moet leven in het nu.

Wat morgen zal gebeuren, laten wij dat aan God over, daarover moeten wij ons geen zorgen maken, blijven wij vredig, dan zullen wij steeds in vreugde zijn.

‘Ja, Heer’

God zegt: “Alles is volbracht. Amen”. O Lorraine, toen jij zei dat het derde boek geen opdracht had, deed Jezus mij begrijpen:

“Mijn kinderen, ik heb woorden gegeven, ik heb woorden van licht gegeven, zij werden opgeschreven op een blad papier in een boek.

Jullie moeten ze beschouwen, jullie moeten die woorden nemen, zij zijn jullie gegeven om jullie te voeden.

Zij zijn voedsel.

Als God spreekt, voedt Hij.

Zijn voedsel is eeuwig.

Neem de gewoonte jullie te voeden door van elk woord te genieten als van een lekker hapje. Savoureer het.

Als jullie zo’n hapje lusten, komen jullie terug: doe hetzelfde.

Leer elk woord te beschouwen.

Als ik jullie spreek en zeg “mijn welbeminde”, dat woord omvat zachtheid, tederheid.

 

Het herinnert jullie dat God de Vader gekozen heeft om zijn Zoon voor jullie te geven, omdat jullie ook zijn welbeminden zijn. Als Hij zegt “mijn zachtheid”, dan is het God die zich over ieder van jullie neerbuigt. De zachtheid komt van God, zij is de tederheid van de Vader;

de zachtheid geneest, de zachtheid, geeft zich.

Begrijpen jullie, elk woord is een beweging.

Leer te ontdekken, te genieten, te smaken,

jullie zullen zien dat alles overvloed is.

Wees niet zoals de kinderen buiten die verbruiken: verbruiken, verbruiken en verbruiken, zij zijn nooit voldaan met wat ze hebben.

Jullie, mijn geliefden, leer dat God het Alles is van jullie alles. Jullie zijn in het Alles.”

Voilà!