Liefdesontmoeting met het handelen van God

te Métabetchouan, Québec,

door zijn instrument, de Dochter van het Ja aan Jezus

 

20 september 2002

Jezus:
Mijn kinderen, deze woorden die jullie gaan horen staan in jullie harten gegrift. Deze woorden, mijn kinderen, zullen voor jullie genaden zijn: zij zullen jullie ontvankelijk maken voor de liefde van jullie wezen. Mijn kinderen, jullie zullen kanalen worden voor mijn andere kinderen. Ik ben het, God van liefde, die in jullie deze woorden legt. Ik ben de God van de kracht, Ik ben in jullie, Ik ben het die jullie doet leven.

Ik heb alle macht, mijn kinderen, over het leven en de dood.

Mijn lieve kinderen, Ik ben Jezus van liefde, Ik ben het eeuwig Leven: dat Leven is in jullie, het  is de Tegenwoordigheid van de Liefde. Mijn kinderen, wanneer men leert dat men het Leven in zich heeft, wil dat zeggen dat jullie hoop in jullie hebben. Jullie willen nu hier leven om verder te leven in een toekomstig leven.

Mijn lieve kinderen, vandaag is het heden, morgen is de toekomst.

Wat jullie heden leven is wat jullie zijn: nu.

Jullie willen leven voor morgen: terwijl jullie het heden verwaarlozen, jullie geen zorg dragen voor jullie zelf, door jullie bezig te houden met wat morgen zijn zal;

en jullie verwaarlozen wat jullie doen, op het moment dat jullie aan morgen denken.

Het leven, mijn kinderen, is er op het ogenblik waarop jullie zien, op het ogenblik dat jullie horen, op het ogenblik waarop jullie leren je te beminnen.

Alles wat heden is, is het leven.

Indien jullie nalaten om wat nu is te voeden, hoe willen jullie dan, mijn kinderen, dat morgen een goede dag zal zijn? Hij zal het gevolg zijn van jullie nalatigheid.

Mijn kinderen, jullie zullen oogsten wat jullie de vorige dag gezaaid hebben; dus zullen jullie weer terecht komen bij een leven zonder zin.

Jullie zijn bang voor de volgende dag,

terwijl jullie niets ondernemen voor het heden.

Mijn kinderen, gaat werken zonder jullie lichaam voor te bereiden; als jullie dat nalaten en de dag vordert zonder dat jullie een behoorlijke maaltijd nemen, zonder een goede nachtrust, zonder vredige gedachten en met gevoelens van angst: hoe zullen jullie dat werk morgen dan uitvoeren? Jullie zullen geen kracht hebben, geen aandacht, jullie zullen niet in staat zijn die dag passend door te komen: jullie zullen ontgoocheld zijn en jullie zullen je afvragen waarom dat werk zo moeilijk is.

Jullie zullen ontmoedigd geraken, jullie zullen het leven vreugdeloos vinden, jullie zullen jezelf uitputten alleen nog maar door te denken aan jullie werk dat jullie leven ondraaglijk maakt.

Mijn kinderen, jullie zullen niet in staat zijn om innerlijk blij te zijn; jullie zullen aan hen die jullie omringen geen glimlach kunnen geven, want jullie zullen uitgeput zijn doordat jullie je niet hebben voorbereid.

Mijn lieve kinderen, dat is jullie dagelijkse gang van zaken!

Jullie houden niet op met te denken aan morgen, met het beramen van jullie toekomst, plannen te maken zonder te denken aan jullie heden.

Mijn lieve kinderen, als jullie je leven niet leven in het heden, nu, zullen jullie het geluk niet vinden.

Ik ben het Leven. Ik ben in jullie, Ik ben het die jullie leven voedt

en Ik ben het, mijn lieve kinderen, die maakt dat jullie tegenwoordig zijn, leven.

Mijn kinderen, waartoe dient het te willen leven terwijl jullie niet tegenwoordig zijn in jullie wezen? Jullie zullen niets te geven hebben aan jullie zelf noch aan anderen, want God is in jullie en ook in de anderen. Mijn kinderen van de Liefde, verschaf jullie zelf liefde door in jezelf te keren. Het duurt echt niet zo lang om op een klein momentje van heel de dag even stil te staan en te beseffen dat je leeft, om tot Jezus te zeggen:

“Lieve Jezus, ik hou van U. Ik wil mijzelf liefhebben vandaag. Ik wil vandaag gelukkig zijn. Ik wil in de vreugde zijn vandaag. Ik wil dankbaar zijn voor wat God de Vader mij wil geven. Ik wil naar U luisteren. Geef mij het nodige opdat deze dag tegenwoordig mag zijn in mijn leven”.

Mijn kinderen van de Liefde, Jezus bemint jullie.

Hij wil jullie in zijn armen insluiten.

Hij wil dat jullie vanaf nu gelukkig zouden zijn.

Hij wil jullie voeden.

Hij wil in jullie uitstorten: genaden van liefde, genaden die jullie het moment zullen laten ontdekken dat jullie nu beleven, jullie leven, handelen.

Jullie kunnen resultaten bekomen waarvan jullie later kunnen profiteren.

Als jullie het nu niet doen, kan er geen goed resultaat komen en jullie zullen ontgoocheld zijn, mijn kinderen

Mijn lievelingen, Ik voed jullie leven: Ik ben het Leven, Ik ben de Tegenwoordigheid.

Ik leef niet enkel voor de toekomst.

Wanneer jullie vanavond genaderd zijn tot de heilige Hostie, hebben jullie het Leven in jullie genomen: de levende Jezus, Jezus die zich geeft, Jezus die zich offert, hier, nu, voor jullie.

Het is op dat moment dat jullie mij nemen, mijn kinderen, dat Ik het Leven in jullie binnenste leg. Ik voed het leven van het Leven in jullie: het is niet voor morgen, het is voor nu, op het moment zelf. Ik ben aanwezig in jullie, Ik smelt in jullie.

Jullie zijn niet meer jullie, mijn kinderen, wanneer jullie naderen tot de heilige Hostie, Ik ben het die mij geef, Ik kom in jullie binnen en Ik word Mij.

Dat voedsel, mijn  kinderen, spreidt zich uit  in heel jullie wezen:

jullie worden het leven in God.

Mijn lieve kinderen, het is voor dit ogenblik zelf dat Ik mij aan jullie geef en jullie, mijn kinderen, waar zijn jullie?

Zijn jullie zoals zij die het Leven in zich ontvangen: in jullie wezen, terwijl jullie hoofd er niet bij is? Jullie willen mij nemen, maar jullie denken aan iets anders.

Jullie verlieten jullie zitplaats om naar mij te komen: jullie ontvingen mij en onmiddellijk, mijn kinderen, teruggekomen op jullie plaats zoek Ik wie mij neemt, ik zoek de ogen die mij niet meer bekijken, ik zoek de tederheid van jullie hart dat zich opent.

Die nederige bezielingen zijn reeds verdwenen en Ik ben weer alleen voor het grootste deel van de tijd omdat jullie aan later deken;

jullie zijn niet in staat om jullie heden te beleven.

Hier, nu, let eens op jullie gesprekken, mijn kinderen! Jullie spreken, meestal, over wat gisteren was en wat morgen zijn zal, en jullie spreken niet over het heden.

Jullie leven ontsnapt jullie, mijn kinderen!

Jullie laten het weglopen zoals het water uit een kraan: er is een glas dat het water opvangt en het water vult het glas, en het water loopt over het glas, en zal weglopen in de afvoer, en het water verliest zich in een zwart gat.

Mijn kinderen van liefde, als jullie je heden niet beleven hier, vandaag,

op elk moment van jullie leven: dan loopt jullie leven weg.

Wat vandaag aanwezig is en wat jullie hebben verwaarloosd: dat zal niet meer zijn en jullie zullen, mijn kinderen, al de genaden verloren hebben waarvan jullie hadden moeten profiteren: genaden van liefde, genaden van vreugde, genaden die jullie omvormen tot wezens van liefde om het geluk te bereiken, een geluk zonder einde.

O! mijn lieve kinderen, weten jullie niet dat jullie je moeten laten grijpen

door de Liefde! Ik, Jezus, Ik weet wat goed is voor jullie.

Mijn kinderen, als jullie blijven bidden terwijl jullie zeker zijn dat Ik aanwezig ben, dan proeven jullie die vreugde aanwezig te zijn met mij, Jezus, met de Liefde: met Hem die jullie geschapen heeft.

Het is een vreugde, mijn kinderen: jullie leren jullie harten te openen voor iemand die leeft in jullie, die jullie bemint en die het goede voor jullie wil, en jullie leren, mijn kinderen, in jullie die vreugde te ontwikkelen aanwezig te zijn met God, met jullie zelf. Beseffen jullie, mijn kinderen, dat jullie zullen leren om jullie eigen leven met jullie zelf te leven, onafhankelijk van wie naast jullie is of die daar morgen zal zijn?

Nu, op het huidige moment, in jullie.

Is dat niet heerlijk, mijn kinderen, om van de liefde zelf te proeven op het moment waarop jullie het beleven?

Ik ben de Liefde.

De Liefde wil jullie het mooiste geven wat in jullie is om jullie te ontwikkelen tot wezens van goedheid, tot vreugdevolle kinderen die het leven willen proeven, het ware leven: dat wat nu tegenwoordig is, en jullie zullen zien, mijn kinderen, dat de tegenwoordige seconde een voedsel zal zijn voor de volgende.

Jullie ontbijt, ’s morgens, mijn kinderen: jullie zullen het beleven, jullie zullen het genieten omdat jullie tegenwoordig zullen zijn, jullie zullen niet meer denken aan wat jullie enkele dagen later zullen doen. O!  Hoevelen ontbijten er terwijl ze al denken aan het avondmaal! En dat, mijn kinderen, put jullie uit.

Men moet het huidige moment beleven, men moet ervan genieten.

En wanneer de tijd komt om naar het werk te vertrekken: wel dan, mijn kinderen, maak jullie niet bezorgd wat jullie die dag tot stand zullen brengen, tegen elf uur, tegen twaalf uur; wees niet bekommerd of die dag voor uw baas zal voldoen, of uw opbrengst op het einde van de dag zal voldoen aan wat jullie zich hadden  voorgesteld:

leef het tegenwoordige moment.

Verlaat het huis en kijk naar buiten, goed ademend, kijkend naar mijn hemel, geniet van de zang van mijn schepseltjes die jullie oren bereiken.

Hoevelen onder jullie, mijn kinderen, vertrekken in alle haast om dan te moeten terugkeren omdat men zijn lunchpakket vergeten heeft? Jullie leven niet in het heden, mijn kinderen.

Wanneer jullie in de auto zitten, zetten jullie de radio aan en jullie luisteren naar het nieuws dat jullie zegt wat gisteren gebeurd is, of men kondigt jullie dingen aan die jullie doen denken aan mooie vakanties die jullie zouden kunnen nemen, of men spoort jullie aan om allerlei producten te kopen die jullie zullen laten genieten van het comfort!

Mijn kinderen, jullie leven met wat niet bestaat en jullie vergeten, tezelfdertijd, om met jezelf te zijn of met de persoon die zich bij jullie bevindt.

Als ik woorden zeg zoals  “ik hou van je” of: “ah! Wat voel ik mij goed bij U!”, op dat moment zelf, geniet ik van dat moment, ik zit achter het stuur van mijn auto en ik bestuur hem in Jezus.”

Vergeet niet, mijn kinderen, dat Ik jullie handeling doe.

Als jullie alleen je auto willen besturen, wel, zullen jullie de enigen zijn die het risico lopen om aangereden te worden! Ik kan zorg voor jullie dragen, mijn kinderen, Ik ben aanwezig in jullie leven, Ik ben met jullie die het leven leeft. Is het niet heerlijk te kunnen steunen op iemand die sterker is dan jezelf? O!, mijn lieve kinderen, denk niet aan jullie budget, wat jullie je kunnen verschaffen met al de surplus.

Mijn kinderen, jullie riskeren de andere niet gezien te hebben die het stoplicht vergeten is! Wees aandachtig, tegenwoordig, vorder in de liefde, in de vreugde.

Laat jullie jezelf ontdekken dat jullie met Jezus Liefde zijn en met jullie engelbewaarder ook: jullie zullen de persoon die bij jullie is leren appreciëren.

Proef van deze intimiteit van liefde in de liefde en in de vriendschap.

Het is zo goed, mijn kinderen, om soms de stilte te bewaren met iemand naast zich terwijl men van diens gezelschap houdt.

Jullie vergeten, mijn kinderen, dat alleen maar met iemand te zijn, aangenaam is.

Het is niet nodig om jullie auto uit te rusten met overbodige geluiden.

Geniet van de stilte: de smaak in goed gezelschap te zijn.

En wanneer jullie dan, mijn kinderen, op jullie werk aankomen, of met jullie collega’s, of op jullie studies, zoek dan niet om jullie belangrijk voor te doen door iemand anders te willen zijn.

Hoevelen onder jullie, mijn kinderen, zijn in een toestand van stilte en nochtans, jullie eerbiedigen jullie binnenste niet, jullie zeggen tot jezelf: “Ach, mijn God, wat zal zij denken? Ach! Wat ben ik saai, geen conversatie; ik heb geen zin vandaag om te praten”.

Maar jullie luisteren niet naar jullie binnenste, jullie willen iemand anders lijken dan jullie zijn! Dus, om anderen plezier te doen, verwaarlozen jullie je binnenste.

Mijn lieve kinderen, men moet zijn binnenste voeden alvorens te kunnen geven.

Vraag mij op die momenten, genaden: “Jezus, Gij kent mij, Gij weet dat ik vandaag geen zin heb: ik voel mij niet in staat om te lachten, maar gaat U mij vooraf, ik zal mij in U verbergen. Ik vertrouw erop dat de ander die naar mij kijkt, als hij eerst U voor mij zal zien, dat hij zal vertederd worden”.

Mijn kinderen, dan zullen jullie niet denken te verwaarlozen wie jullie zijn want jullie zullen ontdekken dat het goed is met jezelf te zijn. Jullie zullen niet denken een vriendschap te verliezen: het is het heden wat telt, mijn kinderen.

Als jullie goed tegenwoordig zijn in jullie zelf, zal de ander die bij je is dat voelen.

In het begin, zal hij ook gaan kijken, maar hij zal je vrede zien, je kalmte en dat zal hem verzekeren. Hij zal jullie vriendschap niet kwijt zijn want hij zal gemerkt hebben dat jullie hem blijven beminnen in jullie stilte:

en jullie vrede zal hem helpen ook zichzelf te zijn.

Mijn kinderen, als jullie op je werk problemen hebt, hetzij met jullie apparaten, hetzij met jullie loon, hetzij door onenigheid met anderen, als jullie dan in jullie heden blijven, zullen jullie wat gebeurt aanvaarden en moeite doen om het te volbrengen, door mij hulp te vragen zeggende: Jezus, ik geef wat nu gebeurt aan U; het is niet zoals ik het zou willen, maar ik kan niet anders. Geef mij kracht, Jezus, mijn werk te doen zoals het moet. Ik wil er moeite voor doen, nu, om mezelf plezier te doen. Ik wil mijn naaste niet verwaarlozen, ik wil niet dat anderen in de problemen geraken door mij. Geef mij vrede, Jezus, en ik zal volbrengen wat nodig is dat ik doe, nu.”

En, mijn kinderen, jullie zullen zien dat jullie prestatie veel beter zal zijn, omdat jullie zullen leven hier, nu, zonder te denken aan jullie resultaten op het einde van dag of aan jullie baas die zal aankomen om te schelden over het resultaat.

Als jullie werken in een sfeer van angst over wat enkele uren later zal gebeuren: dan zal het tegenwoordige uur, mijn kinderen, niet opbrengen wat jullie wilden volbrengen omdat jullie hoofd niet in het tegenwoordige zal zijn.

Mijn kinderen, alles moet volbracht worden in Jezus in het heden.

Mijn lieve kinderen, bemin jullie.

Hoeveel kinderen leven niet in zichzelf? Zij leven voor het verleden, zij leven voor de toekomst en zij vergeten dat alles nu is. Het is het Leven dat jullie smeekt, mijn kinderen, jullie leven te leven. Op het einde van deze dag, mijn kinderen, als jullie zullen vaststellen dat het resultaat niet is zoals jullie wilden, als dat moment komt, zullen jullie de kracht hebben, mijn kinderen, jullie heden te beleven.

Als de acht uren voorbij zullen zijn, zullen jullie in jullie de vreugde te leven bewaard hebben. Zeker, er zal vermoeidheid zijn na een dag werken, maar het zal een gezonde vermoeidheid zijn, geen uitputtende dag: jullie zullen niet verzuurd zijn om wat jullie niet hebben kunnen doen, want jullie zullen beseffen, dat jullie gedaan hebben wat jullie konden, en jullie zullen fier zijn op jezelf.

En als jullie baas, of jullie vrienden, of zij die van jullie geëist hebben niet tevreden zijn, wel dan zullen jullie zeggen: “Ik, ik heb mijn leven met Jezus geleefd, met mezelf door mezelf liefde te geven”. Dan zullen jullie, mijn kinderen, geleefd hebben, een leven in jullie leven in liefde.

Als jullie dan thuis komen, mijn kinderen, zal het met vreugde zijn in het weerzien van jullie geliefden! Het is voor hen dat jullie aanvaard hebben het huis te verlaten!

Jullie zullen leren, mijn kinderen, jezelf geluk te schenken, zonder je zorgen te maken. En als jullie vreugdevol thuiskomen, zullen zij die je omringen en die hun dag niet in het nu beleefd hebben, toekijken en leren van jullie, want elke dag, mijn kinderen, zullen jullie het geluk ontwikkelen, de vreugde in jullie en dat zal zich uitbreiden, en ook zij zullen ervan profiteren.

Jullie zullen voor hen een voorbeeld zijn, mijn kinderen, en als zij spreken over wat morgen zal zijn en als zij zullen spreken over projecten die niet bereikt zijn, dan, mijn kinderen, zullen jullie hun antwoorden: “Jij, hou jij van mij?” en als hij niet weet wat te antwoorden of als het een twijfelachtig ja is dan, zullen jullie antwoorden: “Ik hou van jou voor wie je bent, omdat jij mij vreugde schenkt op dit moment: jij vult mijn leven”.

Mijn kinderen, jullie zullen leren om zijn toekomstprobleem niet mee te nemen en er jullie probleem van te maken.

O mijn lieve kinderen, wat hebben jullie je leven ingewikkeld gemaakt, jullie hebben die duisternis die jullie omringt niet zien komen, die duisternis die zelfs niet bestaat en die jullie zelf gemaakt hebben door jullie vrees, door jullie angsten voor wat morgen zijn zal. Mijn kinderen, jullie wandelen rond als doden.

Hoe kunnen jullie zeggen te leven, als jullie niet aanwezig zijn?

Mijn lieve kinderen, jullie leven als denkend aan jullie hoofdpijn die komen zal wanneer jullie te snel eten. Jullie gaan zelfs op voorhand al uitrekenen of jullie een bepaalde opdracht wel kunnen doen met jullie zwakke gezondheid.

Jullie lokken jullie eigen ziekten uit.

Jullie geven niets aan God.

Jullie leven niet in Gods liefde voor jullie: vraag God jullie te helpen.

Dank God, mijn kinderen, wanneer jullie rusten.

Jullie houden niet op te denken aan jullie pijnen die jullie kunnen krijgen of in dewelke jullie leven, en jullie danken God nooit voor het leven dat Hij jullie op elk moment geeft: jullie kritiseren voortdurend.

Jullie hebben geleerd, mijn kinderen, om niet te kijken wat God voor jullie heeft gedaan. Hij heeft het doen regenen op jullie oogsten en die oogsten is wat zich op jullie tafel bevindt; Hij geeft jullie zijn zon om jullie bloemen te laten bloeien en om jullie innerlijk te versterken. Mijn kinderen, weten jullie dat de zon belangrijk is voor jullie leven? Zij is nodig voor jullie gezondheid.

Mijn lieve kinderen, Ik heb de waterlopen gevuld met voedsel: zij geven jullie het nodige om jullie lichaam te vormen.

Ik bescherm jullie, mijn kinderen, tegen de koude die jullie zou kunnen schaden en Ik geef jullie de schaduw wanneer het te warm is, en jullie danken God niet.

Jullie denken eerder aan jullie ziekten.

Die ziekten, mijn lieve kinderen, zijn de veronachtzaming van het niet leven in het heden, van jullie leven niet in het heden te leven.

Jullie hebben angst geen eten te hebben; jullie vrezen niet geprofiteerd te hebben van het goede weer; jullie vrezen de middelen niet te hebben om jullie te verzorgen.

Jullie leven in de angst en die angst is geschapen door jullie onwetendheid van wat morgen zijn zal: jullie leven het heden niet.

Het leven is in jullie.

Mijn lieve kinderen, Jezus is met jullie vanavond, Jezus is in jullie, Hij spreekt door dit instrument: Hij leeft; Ik leef, mijn kinderen, in ieder van jullie: Ik handel in jullie als jullie mij dat op elk moment vragen.

Waarom tot mij komen en mij vragen: “Lieve Jezus, ik zou willen dat U voor mij een werk zou vinden waarmee ik mij een huis kan aankopen. Lieve Jezus, wanneer gaat U mij verzorgen, ik ben ziek? Lieve Jezus, ik zou willen dat U voor mijn kinderen zorgt die mij niet meer komen bezoeken”.

Zie, mijn kinderen, dat zijn vragen die te maken hebben met wat zal gebeuren, en jullie leven niet in jullie heden.

Als jullie leren, mijn kinderen, om jullie lief te hebben, zullen jullie tot lieve Jezus zeggen: “Jezus, Gij leeft in mij, Gij leeft nu in mij. Geef mij die kracht, Jezus, mij in U prijs te geven, op dit ogenblik, geef mij de genade dit ogenblik met U te beleven” en jullie zullen zien, mijn kinderen, dat de vreugde in jullie zal zijn.

Jullie zullen met Jezus leven, jullie zullen weten dat Ik leef in jullie en voor jullie zorg. En wanneer Ik voor jullie zorg, mijn kinderen, en jullie je daarvan bewust zijn: zullen jullie geen angst meer hebben voor jullie kinderen, want jullie zullen weten dat Ik ook in hen leef, dat Ik nu in hen handel; jullie zijn het die hun zullen tonen dat zij leven, dat Jezus hier is.

Hij is hier, Hij wil het heden leven met jullie kinderen.

En, mijn kinderen, als jullie een ziekte hebben die jullie doet lijden: vraag mij genaden van sterkte op het moment zelf; Ik zal mijn kracht in jullie uitstorten: mijn kracht van liefde, en het is met mij dat jullie zullen leven.

Jullie zullen vrede vinden, rust in jezelf doordat jullie weten dat Ik er ben, dat Ik aanwezig ben in jullie leven, hier, nu; jullie zullen jullie voelen leven, mijn kinderen, en jullie ziekte zal haar belangrijkheid voor jullie verliezen want,

Ik zal hoop in jullie leggen, een geloof in de macht van mijn Vader.

En, mijn kinderen, hij die ongerust is voor morgen, omtrent wat hij zich wil geven: wel, Ik zal in hem mijn handelen leggen: hij zal in mij komen en Ik zal zorg dragen voor hem.

Ik ben het, mijn kinderen, God, Ik ben het die zal handelen: het zal de Wil van mijn Vader zijn: Hij zal voor jullie zorgen; geef jullie over in de Goddelijke Wil:

leef in de Goddelijke Wil.

Mijn kinderen, hou op met jullie menselijke wil te doen, die weet het heden niet te appreciëren. Kom leven in Jezus, voor Jezus, met Jezus, hier, nu.

O! mijn lieve kinderen, mijn lieve Papa heeft, door mij, in jullie harten een zoet gebed gelegd en dat gebed, mijn kinderen, is het “Onze Vader”.

Mijn kinderen, jullie leven het “Onze Vader” niet: jullie zeggen het op, maar jullie begrijpen het niet.

Herinner jullie deze woorden:

 

“Onze Vader: Gij lieve Papa, Gij houdt van mij, ik voel mij door U bemind, want Gij wilt dat ik U Vader noem, mijn Vader.

Hoe goed is uw naam, Vader: Hij is groot, Hij is machtig. Gij zijt de Vader van al de kinderen op aarde en Gij zijt de Vader van Jezus, Gij zijt mijn Papa. Moge uw naam, lieve Vader, geëerd worden van geslacht op geslacht door alle kinderen op aarde. Gij die alles geschapen hebt, ik ben uw kind en Gij, mijn Vader, Gij wilt dat ik U zo noem! Dank U, lieve Papa!

O! moge uw rijk kome: Uw rijk van liefde, uw rijk van vrede: uw rijk is vol liefde. Gij wilt mij het Leven geven, het Leven van uw Zoon, uit liefde: Vader, meer wil ik niet wensen. Lieve Vader, ik wil leven in de vreugde, in uw rijk van U waar ik mij om niets meer zal bekommeren daar U mij alles geven wil: dat rijk van U, op aarde, hier waar ik leef, hier, op ditzelfde moment, zoals zij die leven in de Hemel. Lieve Papa, ik bemin U!

Uw Wil van liefde geschiede: Ik geef U mijn wil, Vader, want de uwe is buitengewoon; Gij weet wat goed is voor mij, omdat Gij mijn Papa zijt.

O! lieve Vader, vandaag offer ik U alles: lieve Vader, ik wil U alles geven: mijn werk. Ik wil U alles geven wat men mij zal geven vandaag: ik leg het U voor. Alles in mij doet pijn vandaag, maar ik geef het aan U, ik weet dat Gij voor mij zult zorgen. Voed mij, lieve Papa, voed mij met uw liefde. Ik wil in U leven.

O! Papa, ik weet dat ik een kind ben dat niet altijd op het niveau van uw liefde was; leer mij, lieve Papa, uw vergeving te aanvaarden: hoeveel keer, lieve Papa, hebt U mij vergeven, en ik heb niet eens mezelf vergeven. Ik vraag U om vergeving, want U houdt meer van mij dan ik mezelf liefheb. Gij zijt vol erbarmen, Gij hebt uw Zoon voor mij gegeven.

Ik wil ook zoals U zijn: Ik wil vergeven die mij vandaag beledigd hebben, hier, nu, want ik wil vandaag geen pijn in mij hebben die mij zal beletten om mijn leven met U te leven, met hen die ik liefheb; maar Gij weet hoe ik ben, dus, stort in mij alles wat mij kan helpen, ik geef U alles.

O! lieve Papa, omring mij met uw bescherming, want mijn zwakheid heeft soms de neiging om over te hellen naar de menselijke wil: als ik ga doen wat niet uw Wil is, help mij dan lieve Papa, ik wil slechts voor U leven.

En als er zijn die mij willen pijn doen, wel, ik weet dat Gij daar zijt: ik weet dat Gij voor mij zorgt, dat Gij ook hun welzijn verlangt.

Dus geef ik hen aan U en mij met hen.”

Zien jullie, mijn lieve kinderen, het is jullie dag die zich aan de Vader voorstelt en dat gebed is er voor jullie dag: het is voedsel.

Leer om aanwezig te zijn in jullie, mijn kinderen, om innerlijk te leven.

Ik ben de Zoon van God; ik heb dat gebed aan mijn apostelen geleerd opdat alle kinderen op aarde zouden profiteren van dit liefdesmanna voor elke dag.

Mijn kinderen, elk moment moet jullie leven gevoed worden.

Leren jezelf te beminnen is leren in het heden te leven.

Wat morgen zijn zal: dat weet alleen mijn Vader en Hij weet wat goed is voor eenieder van jullie; dus, heb vertrouwen in Hem, geef jullie aan jullie Vader, heb jezelf lief.

Ik ben in jullie tegenwoordigheid.

Hier, nu, mijn kinderen, voed jullie met Jezus in jullie.

Door jullie stilte, leg Ik in jullie, mijn kinderen, genaden die jullie binnenste voeden: jullie leven, hier, nu.

Geniet, mijn kinderen, van dit ogenblik met mij, Jezus van liefde, met het Eeuwig Leven dat geen einde kent, dat vol vreugde is, waar alles schittert, waar de bries strelend is, waar het vuur de innerlijke liefde verwarmt.

Ik ben het Licht in jullie levens, Ik ben de Weg die jullie naar mijn Vader leidt.

Ik ben verliefd op jullie: wees verliefd op het Leven aanwezig met ieder van jullie.

Liefde geeft zich, mijn kinderen, op elk moment.

Het is een beweging van liefde die niet eindigen kan en wanneer jullie niet aanwezig zijn, aan wie zal ik haar dan geven?

Ik wacht tot jullie mij komen zien om aanwezig te zijn met jullie leven.

Laat mij niet helemaal alleen, ik wil het leven van jullie leven leven, hier, nu, op elk moment van jullie leven.

Ik bemin jullie, mijn kinderen: God houdt niet op zijn liefde voor jullie te herhalen.

Hij vernedert zich voor jullie.

Hij smeekt jullie: bemin jezelf, Ik, Jezus, Ik bemin je.

Mijn kinderen, bewaar jullie tegenwoordigheid door naar mij te komen.

Ik heb jullie zoveel vreugde te geven, Ik heb zoveel liefde!

Mijn lieve kinderen, ontvang van God genaden door de zegen van mijn heilige priesters. Zij zullen jullie helpen in jullie te komen. Amen