Liefdesontmoeting met het handelen van God

te Sudbury, Ontario,

door zijn instrument, de Dochter van het Ja aan Jezus
 

24 september 2006

 

Jezus: De Heer wil dat jullie zeer aandachtig zouden zijn voor wie jullie zijn. IK BEN is met jullie. Ik geef Mij aan jullie, dus geef jullie aan jullie God: laat jullie omhullen door mijn kracht. God leidt jullie, Hij voert jullie naar jullie jawoord, ja, mijn geliefden Ik leid jullie naar waar jullie zelf niet in staat zijn te gaan.

Herinner jullie, (gisteren) heb Ik jullie gezegd: “Wat gebeurd is in jullie leven is niet meer van u, dat is van Mij”, maar Ik heb alle macht, Ik heb de macht om jullie mee te nemen in jullie verleden opdat jullie Mij zouden kunnen geven: Mij geven wat jullie gaan ontdekken, Mij jullie instemming geven: “Ja, Jezus, ik geef U mijn keuzes; ja, Jezus, ik geef U de gevolgen van mijn keuzes.”

Wanneer jullie zo handelen dan genees Ik, dan ruk Ik uit jullie het kwade weg, Ik zuiver jullie wezen dan voelen jullie vrede, dan ontdekken jullie dat jullie leven licht wordt, dan valt het jullie gemakkelijker jullie als een geliefde van God te zien en jullie leren elkaar te beminnen.

Lang geleden, heel lang geleden, hebben kinderen hun leven bekeken, en daar zij niet tevreden waren met wat zij zagen, begonnen zij uit te vinden, zij hebben dingen uitgevonden om het geluk te kennen. De middelen die zij hebben gekozen waren menselijke middelen, gemaakt door menselijke bewegingen (daden), met menselijke gedachten, want dat alles diende om hun een geluk te brengen dat door geld gemaakt werd, door macht, door heerszucht, middelen om de zinnen te bevredigen en niets dat diende om het geestelijk leven te ontwikkelen. Die  kinderen hebben hun ontdekkingen in uw handen gelegd.

Op een dag hebben kinderen zich willen wijden aan het plezier in seksuele geneugten, aan het plezier van overvloedig eten, in de manier van zich te kleden, in de manier van gezellig omgaan met hun naasten.

Alles was voor hen egoďsme geworden: zij dachten enkel aan zichzelf, zij zeiden hun naasten te willen helpen en dat was fout, dat was om hun een voordeel te bezorgen.

De mens kan het geluk niet vinden indien er op het einde een geldwaarde is: de mens geeft niet van zichzelf, want hij kent zichzelf niet.

Mijn kinderen, men heeft jullie behoeften leren kennen en deze behoeften hebben jullie ongelukkig gemaakt, aan Mij nu om jullie te laten zien wat jullie hebben aanvaard.

Wanneer jullie in jullie leven de tegenslagen zien, het lijden veroorzaakt door jullie eigen keuzes: mijn kinderen, geef die dan aan Jezus, laat jullie er niet door verpletteren.

Als de moeder ontdekt dat zij niet de liefde heeft gegeven die ze had moeten geven aan haar pasgeboren baby’tje, moet zij zich niet laten terneerdrukken, zij moet niet verdrietig worden over het feit dat zij niet in staat was haar kindje de borst te geven.

Vandaag dragen jullie de gevolgen van keuzes van vorige generaties die het gemak hebben aanvaard, het plezier, die aanvaard hebben egoďstisch te leven: zij zijn in dit leven gekomen, niet om egoďstisch te willen zijn, zij zijn het geworden door hun keuzes; zij beleven het gevolg van hun eigen keuzes, en dat was huichelachtig door Satan in hen gelegd.

Geloven jullie dat het kind van God dat wilde? Geloven jullie dat jullie achter, achter, achter, achter, achter grootouders dat wilden? Zij waren kinderen van God, net zoals jullie kinderen van God zijn; zij hebben een behoefte gevoeld, zij hebben die behoefte willen bevredigen, dan hebben zij gekozen, zij hebben gekozen om een plezier te kennen, een bevrediging.

De man en de vrouw moesten geen vermoeidheid kennen, zij moesten geen ziekte kennen, dat is het gevolg van keuzes die gemaakt zijn door hun voorouders, verkeerde keuzes.

Jullie op de wereld hier, jullie zijn zo klein, jullie kunnen niet zien wat Ik zie, jullie kunnen niet leven wat Ik heb beleefd: Ik heb alle gevolgen van de keuzes van de kinderen van mijn Vader gedragen.

Als jullie nu vandaag horen wat in jullie voorouders is geweest, dan is dat om jullie te zeggen: “Mijn kinderen, kijk daar niet naar met jullie kwetsuren, kijk daar naar met mijn liefde, geef Mij jullie lijden, geef Mij jullie kwetsuren.

Op het moment waarop je hoort dat je jouw kind jouw liefde hebt onthouden, geef Mij dat dan: “Ik geef U dat, Heer, ik geef U de oorzaak, de keuze en de gevolgen en ik geef U ook allen die ik in mij draag en die zijn zoals ik”.”

Dat is het wat Ik van jullie verwacht, mijn kinderen, Ik wacht tot wanneer jullie Mij dat uit liefde geven, met eenvoud, zoek niet te weten, maar geef jullie ten volle.

Ik verwijder het kwade in jullie, Ik zuiver jullie wezen, op dit moment ontvangen jullie genaden van zuivering, jullie beleven jullie zuivering met mijn genaden.

Ik kom in jullie harten spreken om jullie te leren hoe jullie door Mij te laten zuiveren.

Ik, Jezus, kom in jullie harten spreken opdat jullie zouden kunnen geven voor jullie broers en zussen die niet komen luisteren, die niet willen horen: jullie zijn instrumenten van liefde. Als jullie horen spreken over kinderen die ongelukkig zijn omdat zij bovenmatige behoeftes hebben en als dat herinneringen bij jullie oproept, zoals een kleed willen – dat hebben jullie zelf ook wel beleefd- terwijl je er toch reeds hebt: geef dat dan in alle eenvoud, ga dan niet hardnekkig zoeken om te begrijpen, hoe kunnen jullie die onnodige behoefte begrijpen?

Jullie dragen die in jullie lichaam (vlees), jullie lichaam is onderworpen aan de zonde: alles in Mij, Ik weet.

Jullie dragen het gevolg; men moet dat met liefde geven: “Jezus, ik geef U dat, U kent de oorzaak en de gevolgen, Ik geef U al diegenen die de behoefte hebben om altijd te shoppen, verwijder uit hen die behoefte, ik geef U de oorzaak en de gevolgen, dat doe ik, Jezus.”

Mijn kinderen, begrijpen jullie dat Ik mij zo van jullie bedien: Ik ga de wereld omvormen van binnen uit en niet van buiten uit.

Het geestelijk leven is niet buiten jullie, maar in jullie, mijn kinderen, het geestelijk leven moet levend zijn, het moet licht zijn om zo naar buiten uit te stralen. Jullie hebben het geluk in jullie leven begraven door al die overdreven behoeften, aan Mij nu om die grote opruiming te doen, aan Mij om uit jullie binnenste al deze overbodige noden naar boven te laten komen, al die behoeften die het wezen laten lijden en eveneens al diegenen die jullie in jullie dragen.

Wanneer jullie vorderen op jullie levensweg en jullie in aanraking komen met ziekte, geef mij dat dan: “Jezus, ik geef U de oorzaak, ik geef U de gevolgen”, want  mijn lieve kinderen, kennen jullie de oorzaak van jullie ziekte? Jullie zeggen: “Dat zit in onze familie, er zijn daar al verschillende (familieleden) aan gestorven”, maar waar komt die ziekte vandaan? De oorzaak van deze ziekte komt van een verkeerde keuze: de zonde.

De zonde is in het leven van mijn kinderen gekomen en jullie dragen er de gevolgen van: indien jullie hiermee dus in aanraking komen, geef Mij dan de oorzaak en de gevolgen en jullie zullen merken dat jullie genezingen bekomen, jullie zullen ontdekken dat Ik al die zieke cellen, al die dode cellen ga verzorgen: Ik ben de Verrijzenis.

Ik leer jullie, mijn kinderen, te geloven in wat jullie werkelijk zijn: schepsels van liefde, authentieke schepselen, schepselen van de Goddelijke Wil. Jullie menselijke wil kan dat niet doen, mijn kinderen, want hij luistert naar het kwade terwijl hij naar het goede had moeten luisteren: de menselijke wil heeft jullie gebracht naar waar jullie niet wilden gaan.

Vandaag horen jullie, begrijpen jullie omdat Gods Geest op jullie rust, omdat jullie in jezelf zijn en omdat jullie ingestemd hebben daar te zijn met Mij, Jezus, het Brood van Leven, de Wijn van Leven. Ik geef mij aan jullie opdat jullie in staat zouden zijn jullie zelf te herkennen als een Brood van leven en als een Wijn van leven voor jullie broers en zussen.

De zuivering heeft plaats in mijn Kerk: jullie zijn de Kerk;

wanneer Ik aan één geef, geef Ik aan al de anderen.

Zoek niet jullie zonden te kennen, mijn kinderen, jullie hebben ze reeds gebiecht en wanneer gebiecht werd aan een priester en door een priester werd vergeven, dan ben Ik het die jullie zonde vergeven heb, dan bestaat ze niet meer: jullie ontvangen genaden en die genaden zijn in jullie.

Ik spreek tot jullie opdat jullie in staat zouden zijn jullie zelf te herkennen in mijn Wil , in mijn barmhartigheid; mijn barmhartigheid is in jullie, dompel jullie onder in mijn barmhartigheid, vrees niet; stop met jullie oordelen tegenover jullie zelf,  heb geloof in mijn sacrament van vergeving, heb geloof in mijn genaden. Als jullie vandaag bang zijn om jullie keuzes te zien, als jullie bang zijn om de zuivering door te maken doordat jullie de gevolgen van jullie keuzes kennen, geef dat alles dan aan God, want de menselijk wil zal het u verhinderen. Mijn kinderen, de menselijke wil, wil niet verdwijnen, want hij heeft geleerd te luisteren naar het kwade en het kwade heeft de overhand over jullie genomen; het kwade manipuleert de menselijke wil en laat u lijden: het kwade verplettert jullie, het kwade geselt jullie, het kwade laat jullie woorden uitspreken tegen jullie zelf.

Als jullie woorden spreken tegen jullie zelf dan lijden jullie in jullie vlees, jullie ontbreekt het aan geloof in het sacrament van Verzoening, in het sacrament van de Eucharistie.

Wie maakt van jullie kinderen van zo’n klein geloof? Als het niet jullie menselijke wil is die naar het kwade luistert, als het niet de angst is die jullie in jullie binnenste behouden en zo plaats geeft aan jullie menselijke wil.

God maakt van jullie schepsels van liefde,

God maakt jullie schepsels van overgave voor de Kerk.

De tijd is gekomen dat alle kinderen zullen leven als schepsels van liefde, dat alle uitverkorenen van mijn Vader alleen nog zullen luisteren naar de Zoon in hen; de tijd is gekomen dat Jezus de harten van steen zal veranderen in harten van vlees; de tijd is gekomen dat alle kinderen van God, de uitverkorenen, het volk van mijn Vader, hun God in zich zullen herkennen.

Ik verzamel de uitverkorenen van mijn Vader, want op het ogenblik dat jullie instemmen om  in Mij te leven, spreek Ik; Ik spreek in de Kerk en allen die wonen in de Kerk zijn de uitverkorenen van mijn Vader, het uitverkoren volk, het volk dat opgaat naar het Nieuwe Jeruzalem om er kennis te maken met de Zaligheden, daar waar enkel vreugde zal zijn, daar waar geen ziektes meer zullen zijn, daar waar het Rijk van mijn Vader zal zijn.

Jullie, mijn kinderen, zijn in die beweging van zuivering; jullie moeten jullie keuzes met mijn ogen zien, want die zullen zich aan u tonen; waarom jullie, mijn kinderen? Omdat dat de Wil is van mijn Vader.

Mijn Vader kende dat moment; Hij heeft eenieder van jullie uitgekozen opdat eenieder van jullie gave zou zijn, de enen voor de anderen, om enkel van de liefde te leven; om een enkel volk te zijn voor God. Het Volk van God zal een volk van liefde zijn, gemaakt naar het beeld van de Zoon van God op aarde zoals in de Hemel. Kinderen van liefde, wanneer jullie jullie zuivering doormaken dan heeft dat plaats in jullie innerlijk; jullie kunnen niet de zuivering doormaken van diegenen die jullie omringen; neen, jullie kunnen niet de zuivering doormaken van jullie echtgenoot of echtgenote of van jullie kinderen, van jullie kleinkinderen, van jullie broers of zussen, van jullie moeder of vader: het is de uwe.

In jullie - wanneer jullie het Mij toestaan jullie te zuiveren, wanneer jullie mij jullie keuzes geven en de gevolgen van jullie keuzes – ontvangen zij genaden, genaden van licht opdat ook zij op hun beurt zien; opdat ook zij op hun beurt zich overgeven, opdat ook zij zich met liefde zouden kunnen geven.

Het was nodig, mijn kinderen, dat Ik jullie hierop voorbereidde, het was nodig, mijn kinderen, dat ik deze tijd voorbereidde om jullie mee te voeren in jullie innerlijke opdat jullie jezelf  zouden kunnen zien als berouwhebbenden.

Het berouwvolle kind van God herkent zichzelf als klein in de handen van God, het herkent zich in de genade van God, het ziet zich bemind door God, het herkent zich in een eeuwige liefdesbeweging.

Het berouwvolle kind is datgene dat zijn zuivering voortzet dat het begonnen is; op het moment dat het mijn priester is gaan opzoeken om zijn zonden te belijden, ontvangt het de heiligmakende genade; de ziel ontvangt de genade van de liefde, zij schittert van schoonheid, zij proeft van de liefde, zij verheugt zich in de Heer, alles in haar aanbidt haar God: zij leeft, zij ademt, zij aanbidt, zij voedt u.

Dat moet zich in jullie verder zetten, het is nodig dat jullie vlees hier deel aan krijgt; de kleinste deeltjes van jullie wezen moeten de zuivering doormaken, moeten deze beweging van barmhartigheid beleven. Het vlees moet erkennen dat het onvolmaakt is, het vlees moet erkennen dat het bezweken is onder de zonde; het vlees moet erkennen dat het  in de bekoring is; het vlees moet erkennen dat het zwak is en sterfelijk: het moet weten dat het geroepen is te sterven om te leven.

Het vlees moet in die beweging zijn, maar hoe kan het dat, wanneer de menselijke wil de ziel verhindert om het vlees te voeden? De menselijke wil laat het vlees lijden, de menselijke wil heeft zo veel onzuivere behoeften gekend, de menselijke wil houdt van de bekoring.

Ja, mijn kinderen, hoevelen onder jullie hebben de bekoringen gekend die jullie geleid hebben naar het kwade omwille van sensaties die jullie voelden. Wie onder jullie kent geen voedingsmiddel dat het gehemelte streelt en dat nochtans schadelijk is voor jullie gezondheid?  Zien jullie, jullie hebben het plezier van het gehemelte gekozen eerder dan het welzijn van jullie lichaam; wel dan, geef dat aan God. Vooruit, mijn kinderen, neem dat korte ogenblik om mij te zeggen: “Jezus, ik geef U de oorzaak en de gevolgen hiervan.”

Begrijp dat mijn woorden voedend zijn, mijn woorden zijn ‘genezend’, mijn woorden zijn ‘bevrijdend’; Ik leid jullie naar waar jullie moeten zijn.

Mijn weg is een weg van liefde; mijn weg is smal, maar hoe bevrijdend, hoe vrede- en vreugdevol! Want op het moment dat jullie die woorden van zuivering uitspreken, hoeveel ontvangt jullie lichaam dan, het is zo gekwetst; mijn kinderen, indien ik jullie het getal zou noemen van al de kwetsuren die het bevat, zouden jullie door emoties van afschuwelijke ontzetting bevangen zijn.

Ik draag zorg voor jullie, laat mij jullie zuiveren met zachtheid; Ik weet, Ik ken jullie kwetsuren, Ik verpletter jullie niet; vraag mij niet, mijn kinderen, jullie in één ogenblik te zuiveren, jullie zouden niet bestand zijn tegen zoveel lijden, jullie zouden bezwijken in die zuiverings-beweging. Ik alleen heb het Kruis gedragen, Ik alleen heb gezien wat jullie hebben gedaan, doen en zullen doen, en dat voor elk kind, van het eerste tot het laatste.

Ik ben de Beweging, Ik ben het Woord.

Mijn Vader heeft jullie aan mij gegeven en Ik heb alles genomen, Ik heb alles aanvaard, want Ik ben de Zoon van God en jullie, jullie zijn niet de Zoon van God, want er is slecht één Zoon en dat is God de Zoon; jullie zijn kinderen van God, jullie zijn kinderen van mijn Vader, Ik heb alles voor jullie gedragen, uit liefde voor jullie.

Mijn kinderen, wanneer jullie lijden rondom jullie zien, wanneer jullie vaststellen dat jullie echtgenoot, echtgenote, dat jullie kinderen lijden door hun gebrek aan geloof, hun gebrek aan gebed, hun gebrek aan nederigheid: geef dat dan.

Neem jezelf niet voor Mij, zoek niet te begrijpen, zoek niet hen te doen begrijpen, want jullie zelf begrijpen het niet, omdat dat jullie niet werd ontsluierd; dus, geef, geef wat jullie zien.

Vanaf het ogenblik dat jullie lijden zien in de blik van een geliefde persoon, in het woord van een geliefde persoon, in de houding van een geliefd iemand, geef: “Ik geef U, Jezus, de oorzaak van zijn (haar) lijden en de gevolgen; Ik geef U allen die in mij zijn en die dat meemaken; ik geef U mijn lijden, Gij kent de oorzaak en de gevolgen”, dat is het wat Ik van jullie verwacht, mijn kinderen, en niet meer.

God is de Zuiveraar, jullie niet.

Jullie zijn geneigd jullie te bedienen van jullie menselijke wil en die draagt het merkteken van het kwade; behoud jullie vrede opdat jullie lichaam aan de geliefde persoon het lijden niet laat merken: dat wil zeggen, mijn kinderen, dat wanneer jullie bemerken dat de geliefde persoon die bij jullie is, lijdt door zijn gebrek aan liefde: bewaar de glimlach, bewaar de vrede, bewaar jullie onnodige woorden en offer ze aan Jezus. Want in het begin, mijn kinderen, gaan jullie geneigd zijn om te spreken, om hen te willen helpen en al wat jullie zullen vaststellen zijn de gevolgen van jullie nutteloze woorden, want jullie gaan ze voelen juist op het moment dat jullie ze gaan uitspreken en dan zal het te laat zijn, want zij zullen het gehoord hebben.

Maar jullie, mijn geliefden, jullie, mijn instrumenten van liefde, geef mij meteen de woorden die jullie hebben uitgesproken: “ik geef U, de oorzaak en de gevolgen, Jezus”; bewaar jullie in de vrede, zij zullen ontvangen; jullie zullen dan onmiddellijk jullie vrede hervinden en dat zal zichtbaar worden naar buiten toe.

Zien jullie, Ik onderricht jullie over de Wil van mijn Vader, want wat jullie horen is de Wil van mijn Vader, want Ik ben in mijn Vader en mijn Vader is in Mij; door de kracht van de heilige Geest, jullie horen wat ik jullie zeg in jullie binnenste.

Draag niet het lijden van een enkele mens, want dat is te veel voor jullie; op het moment dat jullie instemmen het lijden van een geliefde te dragen, beseffen jullie dan niet dat jullie ook het lijden van de hele wereld dragen, want die persoon die lijdt, lijdt omwille van de keuzes van deze wereld, omwille van de gevolgen ervan voor deze wereld; dat is zijn lijden en jullie kunnen daar niets aan doen, dus geef alles aan God.

Ik smeek jullie, mijn kinderen, een ‘ja’ van liefde te zijn voor jullie zelf; zo zullen jullie in handen zijn van jullie God en zullen zij ontvangen, zij zullen genaden ontvangen opdat zij op hun beurt hun zuivering zullen kunnen meemaken. Ik bereid hen voor, net zoals Ik jullie heb voorbereid; de weg lag reeds open voordat jullie op deze wereld kwamen, want vanaf het moment dat ik gesproken heb over het Rijk van mijn Vader, begon alles; dat nam jullie mee te leven in het rijk van mijn Vader op aarde zoals in de Hemel.

Zien jullie, mijn kinderen, jullie zijn zo onwetend omtrent de macht van God! Ik bemin jullie. Mijn liefde voor jullie is belangeloos; daarvan wil Ik jullie laten proeven: van een belangeloze liefde in jullie leven.

Ik wil jullie laten onderduiken in jullie binnenste en dat niet enkel op het moment dat jullie uitwendig woorden horen die komen van de kracht van de Heilige Geest, Ik wil dat jullie in die zuiveringsbeweging zouden kunnen zijn op elk moment van jullie leven: in jullie werk, in jullie huis, op de straat, in de auto, tijdens jullie boodschappen…

Dat alles, mijn geliefden, moeten jullie beleven in jullie ‘ja’, en Ik zal mij van alles bedienen wat jullie omringt om in jullie binnenste naar boven te brengen al de keuzes uit jullie verleden en de gevolgen daarvan, opdat jullie mij dat zouden geven. Ik alleen kan van jullie kinderen van de Goddelijke Wil maken. Kinderen van liefde,  de Goddelijke Wil ben Ik, is mijn Vader, is de Heilige Geest; de Goddelijke Wil is volmaakt, de Goddelijke Wil is liefde, zij versmelt met de Goddelijke Wil: zij is.

Alles wat liefde is is van de Goddelijke Wil; ontdek dat in jullie ‘ja’, ontdek dat in jullie leven, ontdek dat in het leven van jullie broers en zussen; op het moment dat jullie de liefde zien, zien jullie hoezeer de Goddelijke Wil voor jullie gezorgd heeft.

Als jullie bij een persoon zijn die jullie graag zien en jullie zien deze persoon een goede daad stellen, zeg dan dat de Goddelijke wil heeft toegestaan dat jullie deze goede handeling zouden zien. Verheug jullie dan, want op dat moment dat jullie dat zien, is het de Heilige Geest die het jullie ontsluiert en jullie genezen: “Ik geef U deze vreugde, Heer, gebruik haar voor mijn broers en mijn zussen.”

God neemt alles en het Lichaam van Christus wordt in deze liefdesbeweging, Goddelijke Wil; jullie zijn de ledematen, mijn kinderen; jullie zijn het, mijn kinderen, die ontvangen; jullie geven jezelf de enen aan de anderen in die liefdesbeweging: alles is liefde in God.

Laat jullie niet vangen door de strikken van de Satan die die liefdesbeweging wil onderbreken; laat jullie niet meer door Satan verblinden, hij verhindert jullie te zien, hij verhindert jullie te begrijpen, hij bedient zich van de menselijke wil die luistert naar het kwade in jullie om jullie te beletten de liefde bij jullie naaste te herkennen; hij verblindt jullie.

Wees klein, hij vermag niets tegen jullie; wees nederig, hij benadert de nederigen niet, hij kan niet want de nederigen staan onder de bescherming van Maria, de nederigen staan onder de bescherming van Jezus, de nederigen staan onder de bescherming van Jozef: Schepsels van Liefde, Schepsels die nederig gebleven zijn voor God: Satan kan hen niet naderen.

Mijn kinderen, wanneer jullie zelf nederig en klein blijven, dan zijn jullie beschermd; maar Satan doet er alles aan opdat jullie niet nederig zouden zijn en hij bedient zich van alles en iedereen rondom jullie.

Doch hoeveel kracht heeft het gebed, hoeveel kracht hebben de sacramenten, hoe krachtig is de Eucharistie, allemaal genaden voor jullie! De Moeder van God omhult jullie, zij leidt jullie naar het Hart zelf van de Liefde: Jezus Eucharistie.

Zien jullie, mijn kinderen, vandaag praat men openlijk over Satan; vandaag horen jullie spreken over kinderen die bezeten zijn; kinderen van liefde wanneer jullie zoiets horen, geef dan de oorzaken en gevolgen; jullie weten niet wat er gebeurd is, maar jullie hebben dat niet te weten: geef, houd jullie klein, heb geloof.

Help jullie zelf, mijn kinderen, want Ik ben de Macht, Ik heb het kwade overwonnen; wandel in de liefde van Christus, jullie zijn van Jezus, Ik heb jullie gewonnen door mijn Bloed. Als Ik zeg ‘jullie’, mijn kinderen, dan spreek ik niet enkel over een persoon, maar Ik spreek over de Kerk, over mijn Lichaam, mijn mystiek Lichaam; Ik ken elk lid, Ik ken het begin en het einde van het leven van elk lid; aan Mij om jullie naar de voortzetting van jullie zuivering te brengen in de vrede, in de liefde.

O, mijn kinderen, Ik weet dat jullie zwak zijn door jullie menselijke wil, dus vraag Ik jullie om samen te blijven, jullie die horen door de kracht van de Heilige Geest; vorm een macht in Jezus, met Jezus en door Jezus; ga niet uit elkaar.

Als jullie alleen zijn, heb dan de behoefte te zeggen: “Ik ben niet alleen, ik ben in de Kerk, ik ben met mijn broers en zussen, zelfs als zij niet bij mij zijn op dit moment, ik weet dat ik op hen kan rekenen.”

Bid, mijn kinderen, samen, en verenig u met de aanbidders; geloven jullie dat Ik niet weet dat jullie gedurende de dag bezet zijn? Geloven jullie dat Ik niet weet dat jullie verantwoordelijkheden hebben tegenover jullie man, vrouw, kinderen? De werken, ’s avonds, de maaltijden die te bereiden zijn? Alles is mij bekend.

Dus, mijn kinderen, ontzeg jullie die tijd van liefde niet; de aanbidders zijn met jullie, in jullie; men moet ervan profiteren van die momenten van liefde, van kracht; dus, mijn kinderen, vraag aan jullie engelbewaarder, geloven jullie dat hij het zich niet zal herinneren? Hij zal zich volledig geven want hij is jullie door mijn Vader gegeven om jullie te dienen; een hoger wezen staat naast jullie om jullie te dienen. Zo groot is de liefde van mijn Vader voor jullie, voor de Kerk, voor hen die jullie liefhebben; dus geef jullie ten volle, doe dat.

Deze tijd is een tijd van genaden, beleef deze tijd van genaden door mij jullie leven te geven, door het leven te geven van allen die jullie in jullie dragen opdat jullie zouden kunnen ontvangen. De heiligen in de Hemel zijn met jullie; zij hebben zo uitgekeken naar deze tijd waar de uitverkorenen van God zouden omgevormd worden door Christus om kinderen van de Goddelijke Wil te worden op aarde.

De zielen in het vagevuur, mijn kinderen, bidden: zij zijn aanwezig in de zuivering, zij kunnen niet meer voor zichzelf bidden, maar zij kunnen bidden voor jullie.

Wees goed, mijn kinderen, hoe meer jullie geven, hoe meer jullie ontvangen; als jullie jullie zuivering verder zetten, wat een geluk ontvangen zij dan, wat een vertroostingen, mijn kinderen, want zij zien hun keuzes, hun gevolgen gegeven aan God; kunnen jullie zich voorstellen wat voor een impact dat heeft voor de zielen van het vagevuur?

Mijn kinderen, kunnen jullie zich voorstellen wat een impact dat heeft voor de heiligen in de Hemel? Zij zijn in de vreugde, maar jullie vermeerderen hun vreugde terwijl zij overstelpt zijn met vreugde.

De oneindige vreugde waarin zij verkeren, wordt een zo’n hemelse vreugde waarvan enkel de heiligen in de Hemel de effecten kunnen smaken; jullie niet, jullie zouden dood vallen, mijn kinderen, door jullie menselijke wil.

Absorbeer deze genaden, leef in deze genaden, de Hemel is met jullie; de Hemel laat zich zien, horen in jullie binnenste, de Hemel is in jullie; jullie zijn met de heiligen van de Hemel, want IK BEN is met jullie, God is met jullie; jullie leven in jullie hemel tot op de dag waarop jullie voor mijn Vader zullen verschijnen in het Rijk van mijn Vader : moment van liefde, eeuwig moment dat enkel de kinderen van de Goddelijke Wil, in de Goddelijke Wil en voor de Goddelijke Wil, smaken.

….
De dochter van ‘ja’ aan Jezus in de Heilige Geest:

Jezus wil zich van ons bedienen om Satan te stoppen.

In ons is een macht van liefde, in ons is dat Brood van Leven, die Wijn van Leven: Jezus Eucharistie is in ons, de Macht is in ons, de Sterkte is in ons, het Licht is in ons, de Weg is in ons, de Overwinning is in ons, zij is in ons leven.

Jezus heeft de dood overwonnen. Niets kan Jezus weerstaan want Hij is de hand van de Vader, Hij is de Wil van de Vader, Hij is de belangeloze Liefde, Hij is de barmhartigheid.

Wij, wij zijn niets, wij zijn kleine slachtoffers van onze keuzes, wij zijn kleine gekwetste kinderen door de gevolgen van onze keuzes, maar Jezus buigt zich over ons, Hij komt ons spreken, Hij komt ons zijn liefde tonen.

Hij wil niet dat men oordeelt wie wij zijn, Hij wil niet dat men ons kind oordeelt, Hij wil dat men geeft, Hij wil dat men bidt, Hij wil dat men Hem alle plaats geeft.

God heeft gezegd: “Indien mijn kinderen Mij zouden vragen een einde te stellen aan het kwade, zou ik het kwade stoppen, want Ik ben almachtig en het kwade kan niet stand houden voor Mij, mits Ik het ver van mij gejaagd heb: in de afgronden van de Hel.”

Op een dag vroeg Jezus mij niet meer naar TV te kijken – ik hoorde over overstromingen die duizenden slachtoffers gemaakt hadden – dan zei Hij: “Bid voor hen”

“Maar, Jezus, zij zijn in grote nood, ik geef hen aan U, ik geef U al hun lijden”; Hij zei: “Bewaar de vrede”; ik heb mijn vrede bewaard, ik had vertrouwen in God.

Dan zei Hij: “Indien de kinderen zouden bidden, mij vragen alle manoeuvres van de Satan te stoppen, zou Ik de manoeuvres van de Satan stoppen, maar men vraagt mij dat niet; men kijkt naar de gebeurtenissen en men spreekt erover onder elkaar en dat wekt de nieuwsgierigheid; zij zeggen dat het waarde heeft, maar waar is hun gebed? Waar zijn de kinderen die mij smeken om de manoeuvres van de Satan te stoppen? Ik heb die macht.”

Een korte tijd geleden vroeg Jezus mij deze woorden te herhalen:

“God van liefde, almachtige God, wij erkennen dat wij zondaars zijn, wij aanvaarden bevrijd te worden. Heer, onze God, verlos ons van onze ketens; Heer, onze God, verlos ons van onze ketens.” Dat ging zo maar verder; Hij leerde mij hoe te bidden [1] om deze gebeurtenissen te stoppen.

Wij moeten ons verzamelen om God, de Vader, te vragen
de manoeuvres van Satan te stoppen.

De Kerk zijn wij; wij hebben de kracht in ons en wij moeten geloof hebben in het gebed.

Als wij bidden in Jezus, met Jezus, door Jezus en wij vragen om bevrijd te worden, dan zou Satan geen gebeurtenissen kunnen uitlokken zonder dat wij dat zouden weten.

Dat wil zeggen dat Satan zal verdergaan met het uitlokken van gebeurtenissen, maar wij gaan dat aan God geven, wij gaan God bidden en wij gaan bevrijdingen bekomen: de ketens gaan breken.

Zo heeft hij allerlei gebeurtenissen uitgelokt opdat wij verkeerde keuzes zouden maken, en wanneer wij verkeerde keuzes gemaakt hebben dan is dat omdat wij verblind zijn, wij zien de manoeuvres van Satan niet; hij is het die situaties uitlokt, hij is het die ons forceert om verkeerde keuzes te maken. Wij houden niet onvoorwaardelijk van onze kinderen, van onszelf, van onze naaste; wij zoeken onze eigen gerechtigheid te maken.

De menselijke gerechtigheid is tegen ons, zij ruďneert ons vlees, zij is als een kanker.

De gerechtigheid van God is barmhartig, zij is liefde, zij is ‘genezend’, zij is ‘bevrijdend’.

Dus, moeten wij God bidden om Satan te verhinderen gebeurtenissen uit te lokken; wij moeten dat doen met liefde, met de kleine mens die wij zijn en vertouwen hebben in God, dat zal vruchten dragen. Op dit moment zijn wij het kleine graantje dat zich in de aarde laat stoppen en dat wortel gaat schieten.

Wij gaan Jezus geven wie wij zijn en Jezus gaat bidden om de manoeuvres van de Satan te stoppen. Wij gaan de listen van Satan zien, wij gaan inzien wat er gebeurt en dan zullen wij de keuze hebben, wij zullen de keuze hebben om te zeggen: “Dat wil ik niet. Heer, ik geef het aan U. Ik geef deze zaak en de gevolgen van mijn kleinheid aan U, de zaken en de gevolgen van allen die ik in mij draag.”

Hoe dikwijls heeft Satan geen situaties uitgelokt om de jaloersheid tussen koppels op te wekken en dat heeft voor echte ravages gezorgd! Hoe dikwijls heeft Satan geen gebeurtenissen uitgelokt die teleurstelling tussen koppels heeft opgewekt en dat heeft ravages aangericht!

Vandaag zijn er scheidingen; denken jullie dat er zo maar vrijwillig gescheiden wordt, terwijl het koppel vanaf het begin in liefde wilde leven, verenigd in liefde, daar zij die belofte voor God gedaan hadden?

Satan heeft situaties uitgelokt opdat zij in ellende zouden vallen, want Satan wist vanaf het begin dat een van de twee jaloers was, dus heeft Satan situaties opgewekt om de andere te laten vallen en de andere is in de val gelopen. Beiden namen verkeurde keuzes, beiden droegen de gevolgen van hun verkeerde keuzes, want diegene die jaloers was leefde in zijn keuze en zijn gevolgen, en de andere die geconfronteerd werd met die jaloezie, leefde in zijn eigen keuze en zijn eigen gevolgen.

Hij beleefde niet wat de andere beleefde in zijn jaloersheid, hij beleefde zijn eigen keuze; de andere was jaloers, hij leefde met een jaloerse persoon, maar hij had de keuze: “Ik wil mij niet laten gaan in dit lijden, ik geef het aan U, Jezus. Ik stap niet mee in dit spel, ik zal niet in woede ontsteken.” Die keuze had hij, hij had de keuze om naar God te gaan: “Geef mij de kracht om hem niet te antwoorden”. Die keuze had hij. Eenieder draagt de gevolgen van zijn eigen keuzes.

Dus is het nodig dat wij in het licht wandelen; men moet zich realiseren wie ons tot zulke ellendige schepsels heeft gemaakt,  hoe Satan gebeurtenissen heeft uitgelokt, want wanneer wij bidden tot God om de manoeuvres van Satan te stoppen, dan handelt God. God laat ons zien, God bevrijdt ons van onze ketens en wanneer wij daarvan bevrijd zijn, zijn wij in staat om een goede keuze te maken, dan zijn wij in staat om Hem alle keuzes en hun gevolgen die in ons leven geweest zijn, te geven.

Dat is de Zuivering, het is beweging van bevrijding, het is beweging die ons brengt vrij te zijn, vrij om te kiezen.

Hoe zouden jullie vrij kunnen kiezen als jullie gebonden zijn? Jullie voelen die ketens rond jullie spannen: die doen jullie pijn; dat pijnigt jullie zozeer dat jullie je blik naar de andere richten en jullie zeggen: “Hij is het die moet veranderen”, jullie niet. “Kom hem veranderen, Heer, toon het hem, raak hem aan, Heer.”

Maar God zegt: “Ik zal jou aanraken en je zal zien, ik zal jou tonen en je zal begrijpen.

Jij zal liefde voor jezelf zijn, je zal jezelf beminnen; je zal zoveel van jezelf houden dat je jezelf geen pijn zal willen doen, en zoals je zal leren liefde voor jezelf te zijn, daar zal je dan begrijpen en zien: je zal jouw broeder zien, je zal jouw zuster zien, jouw man, jouw vrouw, jouw kind; je zal begrijpen dat hij in zijn keuzes was door het lijden en dat hij de gevolgen beleeft van zijn keuzes, en jij zal hem helpen en hem aan mij geven”.

Want wij zullen begrepen hebben dat God zich uit liefde aan ons geopenbaard heeft en uit liefde heeft God zich aan hem geopenbaard. Als wij zien, zal hij zien; als wij begrijpen, zal hij begrijpen.

Zo is de Wil van God, zo is de liefde van God: een barmhartige liefde; dat is de gerechtigheid van God. De gerechtigheid van God is liefde, zij bouwt op, zij vernietigt niet; zij richt op, zij drukt niet terneer; zij verrijkt, zij verarmt niet; zij verwarmt, zij verkilt niet, zij brengt samen, zij verwijdert niet; zij verzamelt; zij scheidt niet.

De barmhartigheid van God is voor ons beweging van de Goddelijke Wil, want de barmhartigheid is de Goddelijke Wil. Goddelijk, in zijn eeuwige perfectie; Wil, in zijn onvoorwaardelijke liefde: volmaakte liefde, liefde die geeft en die geeft, en die geeft en die zich vermenigvuldigt zonder op te houden; dat is de gerechtigheid van God.

Dat is wat wij vandaag moesten leren.

Nu gaat Jezus even tijd nemen om jullie te spreken over een liefdesbeweging, een beweging van oproep. Hij roept het vlees op om zich te herkennen, Hij roept het vlees op om te kiezen, Hij roept het vlees op om zich te laten opnemen in zijn beweging van kracht, van licht: in de handen van God zijn, beschermd zijn tegen elke aanval. De barmhartigheid van God is gerechtigheid, de barmhartigheid van God is liefde, de barmhartigheid van God is goedheid, de barmhartigheid van God is volmaakt, zuiver: niets onzuivers kan in God bestaan en niets onzuivers zou in ons vlees mogen zijn.

Ons vlees is op dit moment zo onzuiver! Ons vlees kent zoveel pijnen, gevolgen van die onzuiverheid; dus wil Jezus ons vlees bedekken met een liefdeskracht.

Door het sacrament van het Doopsel heeft Hij ons leven bedekt, ons enige leven, het leven in God: leven van liefde, eeuwig leven in Jezus; door het sacrament van het Doopsel, hebben wij ons herkend als kinderen van God. Nu moet ook ons vlees dat voelen, maar het kan dat niet voelen door de gevolgen van de zonde, maar God is zo machtig!

 


 

[1] Rozenkrans ter verbreking van de ketens (Jezus bedoelt met ketens, alles wat ons beďnvloed heeft).

Kruisteken - Eerste grote kraal: Onze Vader

Vervolgens op alle grote kralen: God van Liefde, almachtige God, wij erkennen dat wij zondaars zijn, wij aanvaarden bevrijd te worden.

Op de kleine kralen: Heer, onze God, bevrijd ons van onze ketens.

Op de laatste grote kraal: Eer aan de Vader, de Zoon en de H. Geest, zoals het was in het begin en nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. Amen.